wordt onder de term „investering” verstaan alle soorten vermogensbestanddelen geïnvesteerd door investeerders van de ene Verdragsluitende Partij op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij en omvat in het bijzonder, doch niet uitsluitend:
roerende en onroerende zaken, en andere eigendomsrechten, zoals hypotheken en onderpanden;
aandelen, schuldbewijzen, effecten en andere soorten belangen in ondernemingen;
aanspraken op geld of op iedere prestatie die economische waarde heeft met betrekking tot de investering;
intellectuele eigendomsrechten, in het bijzonder auteursrechten, octrooien, handelsmerken, handelsnamen, technologische werkwijzen, knowhow en goodwill;
concessies aan bedrijven verleend krachtens het recht of een overeenkomst, met inbegrip van concessies voor het opsporen van, ontginnen, winnen of exploiteren van natuurlijke rijkdommen.
Veranderingen in de vorm waarin vermogensbestanddelen worden geïnvesteerd doen geen afbreuk aan het feit dat zij investeringen zijn.