Home

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 29-01-2020, ECLI:NL:OGEAC:2020:22, 100.00474/16

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 29-01-2020, ECLI:NL:OGEAC:2020:22, 100.00474/16

Gegevens

Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak
29 januari 2020
Datum publicatie
31 januari 2020
ECLI
ECLI:NL:OGEAC:2020:22
Zaaknummer
100.00474/16

Inhoudsindicatie

Emerald II: oplichting van het Havenbedrijf van Sint Maarten en omkoping van een parlementslid

Uitspraak

Parketnummer: 100.00474/16

Uitspraak: 29 januari 2020

Tegenspraak

Vonnis van dit Gerecht in de strafzaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte:

[VERDACHTE],

geboren op [geboortedatum] 1981 in [geboorteplaats],

wonende te [adres] in [woonplaats].

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 31 oktober 2018, 28 mei 2019, 16 december 2019, 17 december 2019 en 18 december 2019 en 8 januari 2020.

Het Gerecht heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen door de verdachte en de raadslieden mrs. N. van der Laan en B. Brooks, verder ook gezamenlijk de raadsman te noemen, naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding, overeenkomstig de op de terechtzitting van 16 december 2019 op vordering van de officier van justitie toegestane wijziging tenlastelegging. Van die dagvaarding en van de vordering wijziging tenlastelegging is een kopie aan dit vonnis gehecht. De daarin vermelde tenlastelegging geldt als hier overgenomen.

Voor zover in de tenlastelegging overigens nog taal- en/of schrijffouten of omissies voorkomen, leest het Gerecht deze voor de leesbaarheid in de bewezenverklaring cursief verbeterd. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

De verdenking komt er - kort en zakelijk weergegeven – op neer dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan:

Feit 1, 2 en 3

het (medeplegen van) opzettelijk valselijk opmaken van 272 facturen op naam van een zevental constructiebedrijven, en het gebruiken van die facturen om betaling te verkrijgen van het [bedrijfsnaam 1]bedrijf van Sint Maarten, terwijl de in de facturen genoemde werkzaamheden in werkelijkheid niet of slechts gedeeltelijk zijn verricht.

Het [bedrijfsnaam 1]bedrijf zou hierdoor voor een bedrag van ongeveer 6.8 miljoen USD zijn opgelicht;

Feit 4

het (mede)plegen van oplichting van het [bedrijfsnaam 1]bedrijf van Sint Maarten, leidend tot de afgifte van meerdere geldbedragen tot een totaalbedrag van ongeveer

USD 3.000.000, door het in rekening brengen en laten uitbetalen van mobilisatiekosten en “general conditions”, terwijl deze kosten in werkelijkheid betalingen waren aan de verdachte en/of anderen;

Feit 5

het (mede)plegen van omkoping van Statenlid [naam statenlid] [naam statenlid] door betaling van twee geldbedragen van respectievelijk 180.000 USD en 190.000 USD;

Feit 6

het (medeplegen van het) voorhanden hebben van een vuurwapen en/of patroonhouder met munitie;

Feit 7

het (medeplegen van) meermalen al dan niet opzettelijk overtreden van de Algemene Landsverordening Landbelasting, door geen aangiften Inkomstenbelasting, Winstbelasting en Turnover Tax te doen, of tot een te laag bedrag.

Met betrekking tot feit 3 stelt het Gerecht vast dat aanvankelijk aan de verdachte is ten laste gelegd dat hij door middel van het gebruik van 300 valse facturen het [bedrijfsnaam 1]bedrijf (hierna: de [bedrijfsnaam 1]) heeft bewogen tot afgifte van ongeveer 8 miljoen USD. Per abuis is na de wijziging tenlastelegging van de feiten 1 en 2, waarbij het aantal facturen is verlaagd naar 272, het totale in feit 3 genoemde oplichtingsbedrag niet dienovereenkomstig verminderd. Ter terechtzitting van 16 december 2019 heeft de officier van justitie op een vraag van de raadsman aangegeven dat dit wel aldus begrepen moet worden, zodat in feit 3 een ten laste gelegd oplichtingsbedrag van ongeveer 6.8 miljoen USD resteert. Nu de verdediging heeft meegedeeld hiermee akkoord te kunnen gaan zal het Gerecht de tenlastelegging van feit 3 aldus verbeterd lezen.

Verjaring feit 7

Aan de verdachte is onder feit 7 ten laste gelegd dat hij in de periode van 1 januari 2012 tot 1 januari 2018 al dan niet opzettelijk heeft gehandeld in strijd met het bepaalde in de Algemene landsverordening landsbelastingen. De termijn van verjaring vangt aan op de dag na die waarop het feit is gepleegd. Voor zover onder feit 7 de niet-opzettelijke overtreding van genoemde Landsverordening is ten laste gelegd, vervalt het recht tot strafvordering door verjaring na drie jaren.

Op 28 november 2016 is huiszoeking gedaan bij de verdachte en is hij aangehouden en in verzekering gesteld. Het eerste verhoor dateert ook van die datum. Het recht tot strafvordering is in dit geval daarom komen te vervallen door verjaring, indien en voor zover deze overtredingen zijn begaan voor 28 november 2013, dus drie jaar voorafgaand aan de datum van aanhouding van de verdachte, zijnde die aanhouding een daad van vervolging waardoor de verjaring is gestuit. Het openbaar ministerie is daarom niet-ontvankelijk in zijn vervolging van de verdachte wat betreft de onder 7 ten laste gelegde niet-opzettelijke overtredingen, voor zover deze feiten zijn begaan voor 28 november 2013.

Het aanhoudingsverzoek

Mede met een beroep op het recht van de verdachte op een eerlijk proces heeft de raadsman verzocht om aanhouding van het onderzoek ter zitting, teneinde de officier van justitie alsnog onderzoek te laten verrichten naar de inhoud van de (niet tot het procesdossier behorende) CD-roms met daarop de bedrijfsadministratie van [bedrijfsnaam 2]. Deze CD-roms zijn aan de verdediging ter beschikking gesteld, maar vanwege de grote hoeveelheid data (in totaal 45.300 bestanden) kan de verdediging daarvan geen chocola maken, aldus de raadsman. De raadsman stelt dat het Gerecht de officier van justitie al eerder heeft opgedragen nader onderzoek naar de CD-roms te laten verrichten, maar dat dit niet is gebeurd. De raadsman verzoekt dat dit onderzoek alsnog wordt verricht.

Het Gerecht wijst dit verzoek af, nu de noodzaak tot het verzochte niet is gebleken.

Vooropgesteld wordt dat het Gerecht de officier van justitie bij beslissing van 28 mei 2019 niet heeft opgedragen de CD-roms te onderzoeken. Wel is de officier van justitie verzocht om, indien en voor zover mogelijk, de rechercheur die zich heeft beziggehouden met de gegevensverzameling van [bedrijfsnaam 2] een aanvullend proces-verbaal op te laten maken waarin wordt aangegeven hoe de informatie op de CD-roms moet worden gelezen, zodat de verdediging kan komen tot de beantwoording van de in haar brief van 28 mei 2019 op pagina 8 onder a. tot en met d. gestelde vragen.

Met de beantwoording van deze vragen hoopt de verdediging aan te tonen dat door [bedrijfsnaam 2] bij de [bedrijfsnaam 1] in rekening gebrachte werkzaamheden niet door [bedrijfsnaam 2], maar door de zeven lokale onderaannemers zijn verricht, zodat niet de zeven onderaannemers, maar [bedrijfsnaam 2] ten onrechte voor deze werkzaamheden betaald heeft gekregen.

Voor deze door de verdediging opgeworpen veronderstelling is echter geen enkel concreet aanknopingspunt gegeven, noch is anderszins aannemelijk geworden dat deze informatie daadwerkelijk op de CD-roms te vinden is. Het verzoek aan het openbaar ministerie om de informatie meer toegankelijk te maken om de verdediging beter in staat te stellen haar onderzoek te verrichten, is daarom meer een verzoek om bijstand bij een fishing expedition, dan dat dit onderzoek noodzakelijk is voor de beantwoording van enige door het Gerecht nog te nemen beslissing. Daarnaast stond het de verdediging vrij om zelf deze gegevens nader te onderzoeken, al dan niet met bijstand van een deskundige. Dit onderzoek is niet afhankelijk van de eventuele medewerking van een opsporingsambtenaar.

Bewezenverklaring

Het Gerecht acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1, 2 , 3, 4, 5, 6 en 7 is ten laste gelegd, met dien verstande dat:

- ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde

hij in de periode van 1 april 2012 tot 1 juni 2015 in Sint Maarten, tezamen en in vereniging met een ander, telkens opzettelijk ongeveer 272 facturen van [bedrijfsnaam 3] Construction, [bedrijfsnaam 4] Construction, [BEDRIJFSNAAM 5] Construction, [bedrijfsnaam 6] Company, [bedrijfsnaam 7] [bedrijfsnaam 7] Services, [bedrijfsnaam 8] Construction en [bedrijfsnaam 9] Construction, zijnde geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, opzettelijk valselijk heeft opgemaakt met het oogmerk om die facturen als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, terwijl uit dat gebruik telkens enig nadeel kan ontstaan, bestaande die valsheid hierin dat in die facturen telkens een geldbedrag voor verrichte werkzaamheden werd gefactureerd, terwijl deze werkzaamheden in werkelijkheid niet waren verricht of slechts gedeeltelijk waren verricht;

en

hij in de periode van 1 juni 2015 tot 1 juli 2017 in Sint Maarten, tezamen en in vereniging met een ander, telkens opzettelijk ongeveer 272 facturen van [bedrijfsnaam 3] Construction, [bedrijfsnaam 4] Construction, [BEDRIJFSNAAM 5] Construction, [bedrijfsnaam 6] Company, [bedrijfsnaam 7] [bedrijfsnaam 7] Services, [bedrijfsnaam 8] Construction en [bedrijfsnaam 9] Construction, zijnde geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, telkens opzettelijk valselijk heeft opgemaakt met het oogmerk om die facturen als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, bestaande die valsheid hierin dat in die facturen telkens een geldbedrag voor verrichtte werkzaamheden werd gefactureerd, terwijl deze werkzaamheden in werkelijkheid niet waren verricht of slechts gedeeltelijk waren verricht;

- ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde

hij in de periode van 1 april 2012 tot 1 juni 2015 in Sint Maarten, tezamen en in vereniging met een ander, telkens opzettelijk gebruik heeft gemaakt van valse geschriften te weten ongeveer 272 valse facturen van de bedrijven [bedrijfsnaam 3] Construction, [bedrijfsnaam 4] Construction, [BEDRIJFSNAAM 5] Construction, [bedrijfsnaam 6] Company, [bedrijfsnaam 7] [bedrijfsnaam 7] Services, [bedrijfsnaam 8] Construction en [bedrijfsnaam 9] Construction, zijnde geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen als waren die geschriften echt en onvervalst, terwijl uit dat gebruik (telkens) enig nadeel kon ontstaan en bestaande dat gebruikmaken, hierin dat hij verdachte en zijn mededader deze facturen ter uitbetalingen hebben ingediend of laten indienen bij het [bedrijfsnaam 1]bedrijf van Sint Maarten ([bedrijfsnaam 1] Group of Companies ([AFKORTING BEDRIJFSNAAM 1] v/h [bedrijfsnaam 1] Group of Companies ([AFKORTING BEDRIJFSNAAM 1] ) en Sint Maarten [bedrijfsnaam 1] en Sint Maarten [bedrijfsnaam 1] en/of andere bedrijven behorend tot deze Group) en deze facturen hebben voorzien van een paraaf ter goedkeuring en deze facturen hebben laten uitbetalen door het [bedrijfsnaam 1]bedrijf van Sint Maarten, bestaande die valsheid hierin dat in die facturen telkens een geldbedrag voor verrichte werkzaamheden werd gefactureerd, terwijl deze werkzaamheden in werkelijkheid niet waren verricht of slechts gedeeltelijk waren verricht;

en

hij in de periode van 1 juni 2015 tot 1 juli 2017 in Sint Maarten, tezamen en in vereniging met een ander, telkens opzettelijk gebruik heeft gemaakt van valse geschriften te weten ongeveer 272 valse facturen van de bedrijven [bedrijfsnaam 3] Construction, [bedrijfsnaam 4] Construction, [BEDRIJFSNAAM 5] Construction, [bedrijfsnaam 6] Company, [bedrijfsnaam 7] [bedrijfsnaam 7] Services, [bedrijfsnaam 8] Construction en [bedrijfsnaam 9] Construction, zijnde geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen als waren die geschriften echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken, hierin dat hij verdachte en zijn mededader deze facturen ter uitbetalingen hebben ingediend of laten indienen bij het [bedrijfsnaam 1]bedrijf van Sint Maarten ([bedrijfsnaam 1] Group of Companies ([AFKORTING BEDRIJFSNAAM 1] v/h [bedrijfsnaam 1] Group of Companies ([AFKORTING BEDRIJFSNAAM 1] ) en Sint Maarten [bedrijfsnaam 1] en Sint Maarten [bedrijfsnaam 1] en/of andere bedrijven behorend tot deze Group) en deze facturen hebben voorzien van een paraaf ter goedkeuring en deze facturen hebben laten uitbetalen door het [bedrijfsnaam 1]bedrijf van Sint Maarten, bestaande die valsheid hierin dat in die facturen telkens een geldbedrag voor verrichte werkzaamheden werd gefactureerd, terwijl deze werkzaamheden in werkelijkheid niet waren verricht of slechts gedeeltelijk waren verricht;

- ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde

hij in de periode van 1 april 2012 tot 1 juli 2017 in Sint Maarten, tezamen en in vereniging met een ander, telkens met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door een of meer listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels, het [bedrijfsnaam 1]bedrijf van Sint Maarten ([bedrijfsnaam 1] Group of Companies ([AFKORTING BEDRIJFSNAAM 1] v/h [bedrijfsnaam 1] Group of Companies ([AFKORTING BEDRIJFSNAAM 1] ) en Sint Maarten [bedrijfsnaam 1] en Sint Maarten [bedrijfsnaam 1] en/of andere bedrijven behorend tot deze Group) heeft bewogen tot de afgifte van geldbedragen tot een totaalbedrag van ongeveer 6.8 mio USD, hebbende verdachte en zijn mededader met dat oogmerk – zakelijk weergegeven – listiglijk en in strijd met de waarheid telkens facturen ten name van [bedrijfsnaam 3] Construction, [bedrijfsnaam 4] Construction, [BEDRIJFSNAAM 5] Construction, [bedrijfsnaam 6] Company, [bedrijfsnaam 7] [bedrijfsnaam 7] Services, [bedrijfsnaam 8] Construction en [bedrijfsnaam 9] Construction, opgemaakt of laten opmaken, waarin telkens een geldbedrag voor verrichte werkzaamheden werd gefactureerd, terwijl deze werkzaamheden in werkelijkheid niet waren verricht of slechts gedeeltelijk waren verricht en deze facturen ter uitbetaling ingediend of laten indienen bij het [bedrijfsnaam 1]bedrijf van Sint Maarten en deze facturen voorzien van een paraaf ter goedkeuring, waardoor het [bedrijfsnaam 1]bedrijf van Sint Maarten werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

- ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde –

hij in de periode van 1 juli 2012 tot 26 mei 2014 in Sint Maarten tezamen en in vereniging met [medeverdachte 1] en/of een of meer anderen, telkens met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door een of meer listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels, het [bedrijfsnaam 1]bedrijf van Sint Maarten ([bedrijfsnaam 1] Group of Companies ([AFKORTING BEDRIJFSNAAM 1] v/h [bedrijfsnaam 1] Group of Companies ([AFKORTING BEDRIJFSNAAM 1] ) en Sint Maarten [bedrijfsnaam 1] en Sint Maarten [bedrijfsnaam 1] en/of andere bedrijven behorend tot deze Group) heeft bewogen tot de afgifte van geldbedragen tot een totaalbedrag van ongeveer 3 miljoen USD, hebbende verdachte en zijn mededader(s) met dat oogmerk – zakelijk weergegeven – listiglijk en in strijd met de waarheid telkens aan het [bedrijfsnaam 1]bedrijf van Sint Maarten bij de uitvoering van baggerwerkzaamheden door [bedrijfsnaam 2] TCI Ltd en/of [bedrijfsnaam 2] N.V., kosten in rekening gebracht voor mobilisatiekosten en general conditions, terwijl deze kosten in werkelijkheid gemaakt zijn om betalingen te doen aan hem, verdachte en/of zijn bedrijven en deze betalingen te verbloemen of te verhullen en deze mobilisatiekosten en general conditions kosten door het [bedrijfsnaam 1]bedrijf van Sint Maarten te laten uitbetalen aan [bedrijfsnaam 2] TCI Ltd en/of [bedrijfsnaam 2] N.V., waardoor het [bedrijfsnaam 1]bedrijf van Sint Maarten werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

- ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde -

hij in de periode van 1 juni 2012 tot en met 31 december 2012 in Sint Maarten en Anguilla, een ambtenaar, lid van de Staten van Sint Maarten, te weten [naam statenlid] , giften heeft gedaan te weten een geldbedrag van USD 180.000 op 30 juli 2012 en een geldbedrag van USD 190.000 op 20 december 2012, ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door deze ambtenaar in zijn bediening, al dan niet in strijd met zijn plicht, is gedaan of nagelaten;

- ten aanzien van het onder 6 ten laste gelegde -

hij op 28 november 2016 in Sint Maarten een vuurwapen, een pistool van het merk Glock en een patroonhouder met munitie voorhanden heeft gehad;

- ten aanzien van het onder 7 ten laste gelegde -

hij in de periode van 1 januari 2012 tot 1 januari 2018 in Sint Maarten, opzettelijk,

- als natuurlijk persoon en dus als degene die ingevolge de Algemene landsverordening landsbelastingen verplicht was tot het binnen de gestelde termijn doen van aangifte Inkomstenbelasting, dat niet binnen de gestelde termijn heeft gedaan, immers heeft hij in het geheel geen aangiften Inkomstenbelasting gedaan in die periode;

en

- als eigenaar van het eenmansbedrijf [bedrijfsnaam 10] Rental en dus als degene die ingevolge de Algemene landsverordening landsbelastingen verplicht was tot het binnen de gestelde termijn doen van aangifte Belasting op de Bedrijfsomzetten (Turnover Tax) voor bovengenoemd bedrijf, dat niet binnen de gestelde termijn heeft gedaan, immers heeft hij voor dit bedrijf in het geheel geen Belasting op Bedrijfsomzetten gedaan in die periode;

en

- als feitelijk leidinggevende van de rechtspersonen

[bedrijfsnaam 11] Corp N.V. handelend onder de naam [bedrijfsnaam 12] Rental,

[bedrijfsnaam 13] N.V. en [bedrijfsnaam 14] Corp N.V. en dus als degene die ingevolge de Algemene landsverordening landsbelastingen verplicht was tot het binnen de gestelde termijn doen van aangifte Winstbelasting en Belasting op de Bedrijfsomzetten (Turnover Tax) voor bovengenoemde bedrijven, dat niet binnen de gestelde termijn of onjuist heeft gedaan, immers heeft hij voor [bedrijfsnaam 13] in het geheel geen Winstbelasting en aangiften Belasting op de Bedrijfsomzetten gedaan in die periode en heeft hij voor de overige bedrijven in het geheel geen Winstbelasting gedaan en telkens in de maandelijkse aangifte Belasting op Bedrijfsomzetten een te laag bedrag als bedrijfsomzet opgegeven.

Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

De hierna vermelde bewijsmiddelen zijn – ook in hun onderdelen – telkens gebezigd tot het bewijs van het feit of de feiten waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben en, voor zover het een geschrift als bedoeld in artikel 387, eerste lid, aanhef, onder e van het Wetboek van Strafvordering betreft, telkens slechts gebezigd in verband met de inhoud van de andere bewijsmiddelen.

Met betrekking tot de hieronder genoemde processen-verbaal, die zijn opgemaakt door verbalisanten met vermelding van enkel hun codenummer, overweegt het Gerecht dat het deze processen-verbaal tot bewijs bezigt nu de bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten in belangrijke mate steun vindt in de overige (zijnde andersoortige) bewijsmiddelen, door of namens de verdachte niet op enig moment in het geding de wens te kennen is gegeven om deze verbalisanten te horen en het Gerecht de inhoud van deze processen-verbaal betrouwbaar oordeelt.

De bewijsmiddelen

De bewijsmiddelen ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3

1 De facturen

1.1

Een overzicht proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm op 20 maart 2018 door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar TBO 16010 (zelf genummerde map 3, p. 1 t/m 116) . Dit proces-verbaal houdt in als relaas van verbalisant voornoemd:

Er is onderzoek gedaan naar de facturen van de hierna te noemen zeven constructie bedrijven.

In de administratie van de [bedrijfsnaam 1] zijn tijdens de huiszoeking op 28 november 2016 facturen aangetroffen van [bedrijfsnaam 3] Construction over de periode van mei 2014 tot en met september 2016. De bedragen variëren van USD 19.800 tot USD 27.000. In totaal betreft het bedrag dat bij de [bedrijfsnaam 1] is gefactureerd een bedrag van USD 915.809.

In de administratie van de [bedrijfsnaam 1] zijn tijdens de huiszoeking op 28 november 2016 facturen aangetroffen van [BEDRIJFSNAAM 5] Construction over de periode van september 2013 tot en met juni 2016. De bedragen variëren van USD 17.800 tot USD 27.000. In totaal betreft het bedrag dat bij de [bedrijfsnaam 1] is gefactureerd een bedrag van USD 1.020.813.

In de administratie van de [bedrijfsnaam 1] zijn tijdens de huiszoeking op 28 november 2016 facturen aangetroffen van [bedrijfsnaam 4] Construction. De onderzoeksperiode betreft 2012 tot en met 2016. De bedragen variëren van USD 9.850 tot USD 27.300. In totaal betreft het bedrag dat bij de [bedrijfsnaam 1] is gefactureerd een bedrag van USD 1.093.095.

In de administratie van de [bedrijfsnaam 1] zijn tijdens de huiszoeking op 28 november 2016 facturen aangetroffen van [bedrijfsnaam 6] Company over de periode van april 2013 tot en met oktober 2016. De bedragen variëren van USD 14.910 tot USD 27.400. In totaal betreft het bedrag dat bij de [bedrijfsnaam 1] is gefactureerd een bedrag van USD 1.671.239.

In de administratie van de [bedrijfsnaam 1] zijn tijdens de huiszoeking op 28 november 2016 facturen aangetroffen van [bedrijfsnaam 7] [bedrijfsnaam 7] Services over de periode van september 2013 tot en met januari 2016. De bedragen variëren van USD 13.400 tot USD 27.300. In totaal betreft het bedrag dat bij de [bedrijfsnaam 1] is gefactureerd een bedrag van USD 1.403.014.

In de administratie van de [bedrijfsnaam 1] zijn tijdens de huiszoeking op 28 november 2016 facturen aangetroffen van [bedrijfsnaam 8] Construction over de periode van september 2013 tot en met augustus 2016. De bedragen variëren van USD 16.800 tot USD 27.300. In totaal betreft het bedrag dat bij de [bedrijfsnaam 1] is gefactureerd een bedrag van USD 1.090.479.

In de administratie van de [bedrijfsnaam 1] zijn tijdens de huiszoeking op 28 november 2016 facturen aangetroffen van [bedrijfsnaam 9] Construction Company over de periode van september 2013 tot en met augustus 2016. In totaal betreft het bedrag dat bij de [bedrijfsnaam 1] is gefactureerd een bedrag van USD 1.050.515.

In totaal betreft dit 272 facturen voor een totaalbedrag van USD 6.828.942. Schematisch komt het op het volgende neer:

Bedrijf Bedrag Geb.fact. Fys.Fact. Bedr.fys.fact.

[bedrijfsnaam 6] 1.671.239 66 51 1.296.635

[bedrijfsnaam 3] 915.809 36 32 812.120

[BEDRIJFSNAAM 4] 1.093.095 47 44 1.027.981

[bedrijfsnaam 9] 1.050.515 41 36 922.415

[BEDRIJFSNAAM 5] 1.020.813 40 37 944.413

[bedrijfsnaam 8] 1.090.479 43 42 1.064.679

[bedrijfsnaam 7] 1.403.014 56 30 760.699

Totaal 8.244.964 329 272 6.828.942

De 272 fysiek aangetroffen facturen staan vermeld op de lijst die is weergegeven op pagina 99 tot en met 106 van bovengenoemd overzichtsproces-verbaal. De eerste factuur is gedateerd 16 april 2012 en de laatste factuur is gedateerd 14 oktober 2016.

Van de aangetroffen facturen van de zeven constructiebedrijven verwijst een aantal naar het verlenen van assistentie aan [bedrijfsnaam 15] B.V. Dit betreft de projecten: [project 1], [project 2] en [PROJECT 3]. De directeur van [bedrijfsnaam 15] is [directeur bedrijf 15]. Hij verklaarde dat hij onbekend is met deze assistentieverlening. Tijdens het verhoor werden hem zeven facturen getoond van de constructiebedrijven aan de [bedrijfsnaam 1] in relatie tot werkzaamheden van [project 1]. Het betreffen hier de volgende facturen: D-334, D-336, D-338, D-389, D-566, D-629 en D-689. [directeur bedrijf 15] verklaarde dat deze werkzaamheden hem onbekend zijn.

Tijdens het verhoor werden hem tien facturen getoond van de constructiebedrijven waarbij wordt verwezen naar het [PROJECT 3]. Het betreft hier de volgende facturen: D-340, D-342, D-344, D-346, D-348, D-350, D-352, D-354, D-356 en D-358. [directeur bedrijf 15] verklaarde dat deze facturen hem niets zeggen.

1.2

Een proces-verbaal met nummer 267582, opgemaakt in de wettelijke vorm op 20 februari 2018 door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar TBO17062 (zelf genummerde map 5e, p. 1797 t/m 1799). Dit proces-verbaal houdt in als relaas van verbalisant voornoemd:

In het onderzoek komen zeven constructiebedrijven naar voren die facturen hebben gestuurd aan de [bedrijfsnaam 1]. Het vermoeden bestaat dat deze bedrijven valse facturen hebben gestuurd omdat door deze bedrijven (een deel van) de werkzaamheden die omschreven staan in de facturen niet is uitgevoerd.

Per factuur is een categorie toegekend. Van de volgende categorieën zijn aparte processen verbaal van bevindingen opgemaakt te weten: Parkeerplaats, [project 1], [naam plaats 1] ([PROJECT 3]), [bedrijfsnaam 2], Cleaning en Maintenance.

Bovenstaande resulteert in de volgende totaalbedragen per categorie.

Categorieën bedrag (USD)

Parkeerplaatsen 951.680

[project 1] 236.907

[PROJECT 3] 799.190

[bedrijfsnaam 2] 2.382.337

[naam constructie bedrijf] 178.350

Cleaning&Maintencance 1.588.866

Overig 2.107.634

Totaal 8.244.964

Een aantal facturen heeft betrekking op [naam constructie bedrijf]. [eigenaar 1 constructie bedrijf] en [eigenaar 2 constructie bedrijf] zijn gehoord ten aanzien van de facturen waarop staat “assisting [naam constructie bedrijf]”. Zij hebben verklaard dat [naam constructie bedrijf] niet is geassisteerd door een van de constructiebedrijven. Dit betreft de facturen D-799, D-1262, D-1261, D-1265, D-757, D-876 en D-203.

Op alle facturen waarop een paraaf staat, is dit de paraaf van [medeverdachte 1] .

2 verklaringen verdachten

2.1.1 De verklaring van de verdachte [verdachte] afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 16 december 2019. Deze verklaring houdt in – zakelijk weergegeven –:

Ik ken [medeverdachte 1] . Hij is de directeur van de [bedrijfsnaam 1] in Sint Maarten. Op 3 mei 2012 heb ik hem een sollicitatiebrief gestuurd en op 4 mei 2012 ben ik voor een bedrag van 2.250 USD per maand door hem aangenomen als public relations manager van de [bedrijfsnaam 1]. Ik heb met hem een contract gesloten.

Ik ging regelmatig bij hem langs om te bespreken welk werk er gedaan moest worden voor de [bedrijfsnaam 1]. Ik kreeg dan van [medeverdachte 1] globaal te horen welke projecten en werkzaamheden er gedaan moesten worden en wat het beschikbare budget daarvoor was. Ik nam vervolgens contact op met de kerels (het Gerecht begrijpt: de lokale onderaannemers die dat werk konden uitvoeren.

Als het werk gedaan was gaf ik aan [naam 1] de meer gedetailleerde omschrijving door van de werkzaamheden die zij in de factuur voor de [bedrijfsnaam 1] moest opnemen. Ik gaf ook de bedragen aan haar door. Ik deed dat op basis van informatie die ik kreeg van [medeverdachte 1] . Als de [bedrijfsnaam 1] de factuur uitbetaalde ging ik de cheque daar ophalen.

Ik controleerde de werkzaamheden die in de factuur waren vermeld niet. Soms reed ik wel eens voorbij een plek waar voor de [bedrijfsnaam 1] werd gewerkt en zag ik daar mensen werken, maar ik ging - op een enkele keer na - niet naar binnen om te vragen wie daar aan het werk waren. Ik werd daar ook niet voor betaald door de [bedrijfsnaam 1]. Als [medeverdachte 1] mij vroeg of het werk was gedaan zei ik dat hij zelf kon gaan kijken of het goed was gedaan.

Op verzoek van [medeverdachte 1] heb ik aan [getuige 1] gevraagd een bedankbrief aan de [bedrijfsnaam 1] te schrijven namens een aantal bedrijven. Ik was daartoe geïnstrueerd door [medeverdachte 1] . Hij wilde die bedankbrief hebben.

2.1.2 Een proces-verbaal van verhoor, opgemaakt in de wettelijke vorm op 7 december 2016 door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren 16050 en 16068 (zelf genummerde map 5a p. 26 t/m 35). Dit proces-verbaal houdt in, als de op genoemde datum tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van de verdachte [verdachte]:

U toont mij facturen (facturen D-009 t/m D-014) van het bedrijf [bedrijfsnaam 4] Construction. De eigenaar van het bedrijf heet [naam eigenaar bedrijf 4]. Hij is een neef. Hij is degene die de werknemers moet inhuren voor de klus en moet betalen. Ik ben niet verantwoordelijk of er daadwerkelijk werkzaamheden worden uitgevoerd, zoals op de facturen is geschreven. Ik controleer niet of het werk door de onderaannemer is gedaan.

Ik zat hier tussen omdat ik liaison ben (public relations) van de [bedrijfsnaam 1]. Bij werken zoals deze komt geen papierwerk kijken. Ik zal u uitleggen hoe het in zijn werk gaat.

De betalingen door de [bedrijfsnaam 1] worden gedaan per cheque. Mevrouw [naam 1] maakt de rekeningen (het Gerecht begrijpt: de facturen) op. Ik geef haar de details die nodig zijn voor het opmaken van de factuur. Ik ga bij haar langs of ik doe dit telefonisch. Ik doe dit op basis van de informatie die ik van de [bedrijfsnaam 1] krijg.

In overleg met [medeverdachte 1] krijg ik van hem te horen wat het project is en wat de werkzaamheden zijn. Voor elk project is een begroting opgesteld. Bij elk project heb je onvoorziene kosten. Dan wordt vastgesteld welke werkzaamheden nog moeten worden verricht en wat de maximale prijs daarvoor is. Deze bedragen liggen tussen de USD 17.000 en USD 26.000. Ik word gebeld door de receptionist van de [bedrijfsnaam 1] en dan haal ik de cheque op bij de [bedrijfsnaam 1].

U toont mij facturen (D-015 t/m D-021) van het bedrijf [bedrijfsnaam 6] . De eigenaar van het bedrijf heet [naam eigenaar bedrijf 6]. Alle facturen zijn opgemaakt op basis van gegevens die ik van de [bedrijfsnaam 1] heb gekregen. De algemene omschrijving van de werkzaamheden die uitgevoerd moesten worden kreeg ik van [medeverdachte 1] en ik verfijnde dat. De meer verfijnde omschrijving gaf ik door aan [naam 1] en zij maakte de facturen op. De facturen breng ik naar de [bedrijfsnaam 1]. Vervolgens neem ik de cheque voor de factuur aan.

U toont mij facturen (D-022 t/ D-028) van het bedrijf [bedrijfsnaam 3] . De eigenaar van het bedrijf heet [naam eigenaar bedrijf 3]. Hij werkt voor [bedrijfsnaam 16]. Ook hier heb ik een bedrag genoemd dat [naam 1] heeft opgenomen in de factuur. Ik bracht de factuur naar de [bedrijfsnaam 1] en ontving enige tijd later de cheque.

U toont mij facturen (D-029 t/ D-034) van het bedrijf [bedrijfsnaam 9] . De eigenaar van het bedrijf heet [naam eigenaar bedrijf 9]. Hij is general manager bij [bedrijfsnaam 16]. Ik ontving de algemene omschrijving van de werkzaamheden van [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] is de baas van de [bedrijfsnaam 1] en zijn wil is wet.

U toont mij facturen (D-035 t/ D-037 en D-085) van het bedrijf [BEDRIJFSNAAM 5] . De eigenaar van het bedrijf heet [naam eigenaar bedrijf 5]. Ook ten aanzien van deze facturen heb ik de informatie gegeven aan [naam 1]. Ook hier ontving ik de algemene informatie van [medeverdachte 1] die ik nadien verfijnde.

U toont mij de factuur D-086 van het bedrijf [bedrijfsnaam 7]. De eigenaar van het bedrijf heet [naam eigenaar bedrijf 7].We kennen elkaar 20 jaar. Het ging hier precies zo als bij de andere bedrijven.

Ik voeg daar nog aan toe dat ik [medeverdachte 1] vrijwel om de dag zag en opzocht als hij mij belde. [medeverdachte 1] had deze algemene omschrijving van werkzaamheden weer doorgekregen van de minister van TEATT, die op dat moment aan de macht was.

2.1.3 Een proces-verbaal van verhoor, opgemaakt in de wettelijke vorm op 9 december 2016 door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren 16050 en 16068 (zelf genummerde map 5a p. 36 t/m 46). Dit proces-verbaal houdt in, als de op genoemde datum tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van de verdachte [verdachte]:

U toont mij de facturen D-038 t/m D-045 van het bedrijf [bedrijfsnaam 8] . De eigenaar van het bedrijf is [halfbroer verdachte] , mijn halfbroer. Ook hier heb ik de algemene werkomschrijving gekregen van [medeverdachte 1] waarna ik [naam 1] vertelde wat de meer precieze werkzaamheden waren geweest en heb ik een bedrag genoemd tussen de USD 17.000 en USD 25.000. Dit is opgenomen in de factuur die ik naar de [bedrijfsnaam 1] bracht, waar mij enige tijd later de cheque werd uitgereikt. Ik controleer niet of de werkzaamheden daadwerkelijk zijn gedaan.

De handtekening op de cheque is van [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] is de baas van de [bedrijfsnaam 1] en er gebeurt helemaal niets ten aanzien van de werkverstrekking dat hij niet weet. Hij bepaalt zelfs de kleur van het toiletpapier. [medeverdachte 1] kent alle namen van de bedrijven die werken in opdracht van de [bedrijfsnaam 1].

2.2.1 Een proces-verbaal van getuigenverhoor, opgemaakt door de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao op 4 oktober 2019 . Dit proces-verbaal houdt in als verklaring van [medeverdachte 1] :

Binnen de [bedrijfsnaam 1] was ik bevoegd om te bepalen dat sommige werkzaamheden moesten worden uitgevoerd. Het klopt dat er bij de [bedrijfsnaam 1] intern is afgesproken dat we een vuistregel hanteren dat aan local contracters bedragen worden uitbetaald. Bij 5 tot 10 dagen een lump sum van USD 15.000 en als het meer is dan USD 25.000.

[verdachte] kwam naar de [bedrijfsnaam 1] voor jongens die werk zochten. De [bedrijfsnaam 1] wist globaal wat voor werkzaamheden er op bepaalde locaties verricht moest worden, maar niet in detail. Het gaat dan om schoonmaken van kanalen en om zand verplaatsen.

[verdachte] bepaalde in overleg met de [bedrijfsnaam 1] wie de opdrachten zou uitvoeren. [verdachte] heeft vaak met mij overlegd. Hij kon bepalen welk bedrijf hij inschakelde. Daar bemoeide de [bedrijfsnaam 1] zich niet mee. De [bedrijfsnaam 1] heeft geen rol gespeeld in het bepalen van de prijzen voor de lokale werknemers. Er werd een invoice (het Gerecht begrijpt: factuur) ingediend.

Ik kreeg een dossier met facturen. Het wordt gestuurd voor handtekeningen. Dat zijn de handtekeningen voor accorderen. Daarna wordt het gereed gemaakt voor betaling. Als je weet van de werkzaamheden, dan teken je af. U vraagt mij hoe ik weet dat de werkzaamheden zijn gedaan. Daar ga je vanuit. Je luistert naar de mensen in het veld, zoals [verdachte]. Je gaat er van uit dat het werk is gedaan door de feedback die je vanuit het veld kreeg. [verdachte] schreef niet veel. Hij deed veel mondeling.

Bij lokale onderaannemers was het gebruikelijk dat de omschrijvingen van de werkzaamheden summier waren. We hebben dat geaccepteerd in het kader van de lump sum.

Ik toon u D-1679. Dat is een van de facturen die na de aanhouding van [verdachte] aan de [bedrijfsnaam 1] is gezonden. Dat is mijn handschrift. Iedereen factureert anders. We keken eigenlijk niet naar de invoices. We keken of het bedrag binnen de lump sum viel.

3 Verklaringen van anderen

3.1

Een proces-verbaal van verhoor getuige, opgemaakt in de wettelijke vorm op

30 november 2016 door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren bekend onder codenummer 16082 en 16128 (zelf genummerde map 5b, p. 563 t/m 575). Dit proces-verbaal houdt in, als de op genoemde datum tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van [naam 1]:

Ik ken [verdachte]. Ik stel facturen voor hem op. Ik maak facturen op voor verschillende bedrijven. Als omschrijving komt er meestal op te staan: assistentie van werkzaamheden bij/voor de [bedrijfsnaam 1], schoonmaakwerkzaamheden en/of voorbereidingen voor allerlei zaken. Hij gaf de datum voor de facturen door, de bedragen, de omschrijvingen van de werkzaamheden. Het waren meestal bedragen tussen de USD 15.000 en USD 25.000.

Ik ben ervan uitgegaan dat [verdachte] eigenaar van deze bedrijven was. Ik heb namens deze bedrijven nog nooit met iemand anders gesproken dan met [verdachte]. Hij heeft mij destijds gevraagd of op de verschillende facturen een ander logo kon komen te staan. Voor ieder bedrijf een ander logo. Ik heb deze facturen nooit met iemand van de [bedrijfsnaam 1] besproken. Ik weet dat [verdachte] bij de [bedrijfsnaam 1] betrokken is. [verdachte] kwam zo nu en dan langs op kantoor. We hadden ook per telefoon en whats app contact.

[bedrijfsnaam 3] , [bedrijfsnaam 9] Construction, [BEDRIJFSNAAM 5] Construction, [bedrijfsnaam 4] Construction en [bedrijfsnaam 7] [bedrijfsnaam 7] zijn de bedrijven waarvoor ik facturen opmaak in opdracht van [verdachte]. Nu we het over [bedrijfsnaam 8] Construction hebben, bedenk ik mij ineens dat ik ook facturen voor dit bedrijf voor [verdachte] opmaak. Wij tonen u zeven facturen van het bedrijf [bedrijfsnaam 6] Company genummerd D-015 tot en met D-021. Ik herken al deze facturen als de facturen die ik heb opgemaakt in opdracht van [verdachte]. Ook bij deze facturen vertelde [verdachte] mij precies wat er op deze facturen moest komen te taan, zoals het bedrag, de omschrijving en de datum.

3.2.1

Een proces-verbaal van verhoor getuige, opgemaakt in de wettelijke vorm op

17 december 2016 door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren bekend onder codenummer 16084 en 16128 (zelf genummerde map 5a, p. 101 t/m 111). Dit proces-verbaal houdt in, als de op genoemde datum tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van [naam eigenaar bedrijf 4]:

Ik heb een constructiebedrijf [bedrijfsnaam 4] Construction (hierna: [BEDRIJFSNAAM 4] ). Daarnaast ben ik parlementariër. Het doel van [BEDRIJFSNAAM 4] is het uitvoeren van constructiewerkzaamheden. Het [bedrijfsnaam 1]bedrijf is mijn grootste klant. [verdachte] was toen werkzaam voor de [bedrijfsnaam 1]. We zijn vrienden. Ik wil geen namen noemen van de personen die werk voor mij uitvoeren.

3.2.2

Een proces-verbaal van verhoor verdachte, opgemaakt in de wettelijke vorm op 17 maart 2017 door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren bekend onder codenummer 16084 en 16010 (zelf genummerde map 5a, p. 118 t/m 126). Dit proces-verbaal houdt in, als de op genoemde datum tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van [naam eigenaar bedrijf 4]:

Ik heb mijn administratie verwaarloosd. Ik heb er geen tijd voor. Ik kan mij niet herinneren of ik kopieën heb van de facturen die ik aan de [bedrijfsnaam 1] verstuurde.

De mensen die ik inhuurde voor het werk waren lokale mensen. Ik weet niet waar ze vandaan komen. Op de vraag of ik namen kan noemen heb ik geen commentaar.

3.3

Een proces-verbaal van verhoor getuige, opgemaakt in de wettelijke vorm op

16 maart 2017 door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren bekend onder codenummer 16050 en 16042 (zelf genummerde map 5a, p. 138 t/m 143). Dit proces-verbaal houdt in, als de op genoemde datum tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van [halfbroer verdachte]:

Ik heb mijn bedrijf [bedrijfsnaam 8] Construction (hierna: [bedrijfsnaam 8] ) opgericht eind juli 2013. Ik kreeg mijn klanten via mijn broer [verdachte]. Ik huur namens mijn bedrijf mensen in om een klus te klaren. Ik kan mij de namen van deze mensen niet herinneren. Ik weet niet waar deze mensen wonen. Ik zeg u dat ik geen commentaar wil geven op de vraag wat voor soort werkzaamheden deze mensen voor [bedrijfsnaam 8]verrichtten. Ik zeg u dat ik geen commentaar wens te geven op de vraag hoeveel ik deze mensen betaal en hoe.

3.4.1

Een proces-verbaal van verhoor getuige, opgemaakt in de wettelijke vorm op 1 december 2016 door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren bekend onder codenummer 16084 en 16022 (zelf genummerde map 5a, p. 172 t/m 177). Dit proces-verbaal houdt in, als de op genoemde datum tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van [naam eigenaar bedrijf 6]:

[bedrijfsnaam 6] (hierna: [bedrijfsnaam 6] ) is een eenmanszaak. Ik ben eigenaar. Het is een hoveniersbedrijf. Ik huur mensen in die voor mij werken.

Ik wil u de naam van degene die mij de opdrachten (voor de [bedrijfsnaam 1]) verstrekt niet noemen. Het doen van administratie is niet mijn ding.

3.4.2.

Een proces-verbaal van verhoor verdachte, opgemaakt in de wettelijke vorm op 16 maart 2017 door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren bekend onder codenummer 16128 en 17010 (zelf genummerde map 5a, p. 184 t/m 191). Dit proces-verbaal houdt in, als de op genoemde datum tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van [naam eigenaar bedrijf 6]:

Ik heb geen urenregistratie van de mensen die voor mij werken. Zij werken een dag voor mij. Ze krijgen dan acht uur uitbetaald. Ik heb een registratie in dagen, maar niet op papier.

3.4.3.

Een proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt in de wettelijke vorm op 18 maart 2017 door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren bekend onder codenummer 16128 en 17010 (zelf genummerde map 5a, p. 198 t/m 199). Dit proces-verbaal houdt in, als relaas van verbalisanten voornoemd:

Wij verbalisanten hebben aan [naam eigenaar bedrijf 6] uitgelegd dat [bedrijfsnaam 6] diverse facturen heeft verstuurd aan de [bedrijfsnaam 1] voor werkzaamheden aan de parkeerplaatsen bij [naam plaats 1] en hiervoor ook betaald heeft gekregen.

Verdachte gaf aan dat hij deze werkzaamheden niet zelf heeft gedaan en dat hij daarom niet weet wat er wel of niet is gebeurd.

Wij verbalisanten hebben vervolgens aan de verdachte gevraagd wie dit dan heeft gedaan. Verdachte gaf aan geen namen te willen noemen. Verdachte heeft verklaard dat hij het geld heeft gegeven aan de koerier. Hij wilde de naam van de koerier niet noemen. Verdachte gaf aan dat al het geld naar de koerier is gegaan en dat hij niet weet wat diegene vervolgens met dat bedrag heeft gedaan.

3.5.1

Een proces-verbaal van verhoor getuige, opgemaakt in de wettelijke vorm op

8 december 2016 door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren bekend onder codenummer 16048 en 16052 (zelf genummerde map 5a, p. 205 t/m 222). Dit proces-verbaal houdt in, als de op genoemde datum tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van [naam eigenaar bedrijf 3]:

[verdachte] is mijn neef. Ik heb een bouwbedrijf genaamd [bedrijfsnaam 3] Construction (hierna: [bedrijfsnaam 3] ).

Dit is een eenmanszaak en ik ben de eigenaar. Mijn eerste klant was de [bedrijfsnaam 1]. [verdachte] gaf mij alle instructies en legde uit wat voor werk er gedaan moest worden. Op een gegeven moment had ik acht mannen voor me werken. Ik betaal ze contant of soms per cheque. Ik geef geen commentaar op de vraag wat de namen van deze werknemers zijn.

3.5.2

Een proces-verbaal van verhoor verdachte, opgemaakt in de wettelijke vorm op 16 maart 2017 door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren bekend onder codenummer 16056 en 16022 (zelf genummerde map 5a, p. 240 t/m 246 ). Dit proces-verbaal houdt in, als de op genoemde datum tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van [naam eigenaar bedrijf 3]:

De werkers die ik inhuur verrichten de feitelijke werkzaamheden voor [bedrijfsnaam 3] voor de [bedrijfsnaam 1]. Ik betaal de mensen die werken elke twee weken.

De administratie van [bedrijfsnaam 3] bestaat uit bonnen van alles wat ik betaal. Ik heb mijn eigen administratie. Als ik mijn werkers per cheque betaal maak ik daar een kopie van. Als ik ze contant betaal heb ik ook een bon die ik de werkers laat aftekenen.

Ik kan u zeggen dat alle facturen van [bedrijfsnaam 3] door [naam 1] werden opgesteld. De rekeningen en bewijzen van betaling van de werknemers zitten bij het papierwerk.

3.5.3.

Een overzicht proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm op 20 maart 2018 door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar TBO16010 (zelf genummerde map 3, p. 1 t/m 116) . Dit proces-verbaal houdt in als relaas van verbalisant voornoemd:

[naam eigenaar bedrijf 3] verklaarde dat hij zijn personeel contant of per cheque uitbetaalde en dat hij hiervoor bewijzen zoals kwitanties en bonnen had. Deze zijn tijdens het onderzoek niet aangetroffen.

3.6

Een proces-verbaal van verhoor verdachte, opgemaakt in de wettelijke vorm op 17 maart 2017 door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren bekend onder codenummer 16068 en 16048 (zelf genummerde map 5a, p. 278 t/m 294). Dit proces-verbaal houdt in, als de op genoemde datum tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van [naam eigenaar bedrijf 7]:

De feitelijke werkzaamheden namens [bedrijfsnaam 7] [bedrijfsnaam 7] (hierna: [bedrijfsnaam 7]) voor de [bedrijfsnaam 1] werden verricht door de truckers en andere mensen. Ik kan mij de namen van deze mensen niet meer herinneren.

3.7.1

Een proces-verbaal van verhoor verdachte, opgemaakt in de wettelijke vorm op 6 december 2016 door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren bekend onder codenummer 16128 en 16048 (zelf genummerde map 5a, p. 308 t/m 311). Dit proces-verbaal houdt in, als de op genoemde datum tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van [naam eigenaar bedrijf 5]:

[bedrijfsnaam 5] ging werk verrichten voor de [bedrijfsnaam 1]. Het zijn altijd dezelfde mensen die werken voor de [bedrijfsnaam 1]. Dat zijn [werknemer 1 bedrijf 1] uit Dominica en [werknemer 2 bedrijf 1]. Ik weet niet waar [werknemer 2 bedrijf 1] vandaan komt. Ik bel de mensen op maar ik wil hun telefoonnummers niet geven. De facturen aan de [bedrijfsnaam 1] waren tussen USD 23.000 en USD 25.000. Ik krijg voor elke cheque die ik incasseer USD 1000. Ik vraag niet verder. Ik ga er van uit dat de mensen worden uitbetaald. Ik ken [verdachte]. Ik maak geen facturen op. Ik weet niet welke werkzaamheden de arbeidskrachten verrichten. Ik heb geen administratie van de werkzaamheden die de mensen die ik heb benaderd voor de werkzaamheden voor de [bedrijfsnaam 1], bijgehouden.

3.7.2

Een proces-verbaal van verhoor verdachte, opgemaakt in de wettelijke vorm op 27 juli 2017 door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren bekend onder codenummer 16010 en 16048 (zelf genummerde map 5a, p.324 t/m 331). Dit proces-verbaal houdt in, als de op genoemde datum tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van [naam eigenaar bedrijf 5]:

De PR (van de [bedrijfsnaam 1]) belde mij op als de cheque klaar was. Ik haalde de cheque op. Het was waar het voormalig [naam hotel 1] hotel was. Ik heb de cheque geïnd. Ik heb het hele bedrag minus USD 1000 contant opgenomen. Daar heb ik de werkers mee betaald. Ik heb voor deze betalingen facturen ontvangen van de mensen die ik betaald heb. Ik wil u geen kopieën geven van deze facturen. Ik wil ook de namen van de werkers niet zeggen.

Ik heb de gegevens van de werkers niet doorgegeven aan de SZV . Ik heb voor de mensen geen aangifte loonbelasting en premies ingevuld.

3.8.1

Een proces-verbaal van verhoor getuige, opgemaakt in de wettelijke vorm op

9 december 2016 door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren bekend onder codenummer 16048 en 16052 (zelf genummerde map 5a, p.332 t/m 349). Dit proces-verbaal houdt in, als de op genoemde datum tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van [naam eigenaar bedrijf 9]:

Mijn bedrijf [bedrijfsnaam 9] Construction (hierna: [bedrijfsnaam 9] ) faciliteert projecten. We zorgen voor benodigdheden en de mensen. Ik kan geen bedrijven noemen die ik heb benaderd. Ik kan uit mijn hoofd geen voorbeeld geven van een project. Ik bracht verschillende mensen met elkaar in contact. Ik heb geen klantenbestand. Ik wil geen namen van projecten of mensen noemen.

Ik ontvang de betalingen voor [BEDRIJFSNAAM 9] soms per cheque en soms contant. Ik heb geen mensen die werken voor [BEDRIJFSNAAM 9] . Ik heb niet echt een administratie. Ik gebruik geen papierwerk.

3.8.2

Een proces-verbaal van verhoor verdachte, opgemaakt in de wettelijke vorm op 27 juli 2017 door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren bekend onder codenummer 16048 en 160010 (zelf genummerde ordner 5a, p. 350 t/m 361) . Dit proces-verbaal houdt in, als de op genoemde datum tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van [naam eigenaar bedrijf 9]:

Ik heb (meestal) geen facturen ontvangen voor het huren van het materiaal. Ik kan u geen details geven over de betalingen die ik doe aan derden.

3.9

Een geschrift, zijnde een niet ondertekend verslag van een op 7 november 2017 gehouden gesprek (zelf genummerde map 5e p. 1846 t/m 1855). Deze verklaring houdt in als verklaring [naam 2]:

Nadat hem (in totaal 60) facturen worden getoond van verschillende bedrijven/onderaannemers gericht aan de [bedrijfsnaam 1] die in de omschrijving verwijzen naar het assisteren van [bedrijfsnaam 2] bij werkzaamheden verklaart hij dat hij denkt dat hier sprake is van dubbele facturering. [bedrijfsnaam 2] had de subcontractors/onderaannemers al betaald voor het vervoeren van zand. Hij heeft nog nooit gehoord van [bedrijfsnaam 3] , [bedrijfsnaam 8] , [bedrijfsnaam 9] , [BEDRIJFSNAAM 5] , [bedrijfsnaam 6] . Deze bedrijven hebben [bedrijfsnaam 2] nooit geassisteerd. Nadat hem een factuur van [bedrijfsnaam 4] Construction (hierna: [BEDRIJFSNAAM 4] ) wordt getoond (D-660 factuur van 1 mei 2014 van [bedrijfsnaam 4] aan de [bedrijfsnaam 1] van USD 16.500 betreffende Assisting [bedrijfsnaam 2] with demob equipment piping en cutting head and also loading on the dredge, handgeschreven erbij gezet Pier 2) verklaart hij dat dit nooit door [BEDRIJFSNAAM 4] kan zijn uitgevoerd.

3.10

Een proces-verbaal van getuigenverhoor, opgemaakt door de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao op 25 oktober 2018. Dit proces-verbaal houdt in als verklaring van [getuige 2]:

Ik ken de namen van de bedrijven [bedrijfsnaam 6] , [bedrijfsnaam 4] Construction, [bedrijfsnaam 7] [bedrijfsnaam 7] , [bedrijfsnaam 8] , [bedrijfsnaam 9] niet. Ik heb gehoord van [bedrijfsnaam 4] Construction.

3.11

Een proces-verbaal van verhoor getuige, opgemaakt in de wettelijke vorm op 24 januari 2018 door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren bekend onder codenummer 16010 en 16048 (zelf genummerde map 5b, p. 425 t/m 441). Dit proces-verbaal houdt in, als de op genoemde datum tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van [getuige 1]:

Ik ben eilandmanager voor [bedrijfsnaam 2] op Sint maarten.

Voor werkzaamheden met de [bedrijfsnaam 1] had ik contact met [getuige 2].

Behalve de bedrijven [bedrijfsnaam 7] [bedrijfsnaam 7] en [BEDRIJFSNAAM 4] zeggen de namen van de bedrijven [bedrijfsnaam 6] , [bedrijfsnaam 8] en [bedrijfsnaam 9] mij niets. Volgens mij zijn zij niet ingehuurd door [bedrijfsnaam 2]. Als het bedrijven waren die [bedrijfsnaam 2] hebben geholpen bij de werkzaamheden voor de [bedrijfsnaam 1] dan zou ik het moeten weten want ik hield toezicht op de werkzaamheden

U toont mij de brief D-1291. Dat is een brief waarin ik eerdergenoemde bedrijven bedank voor het werkzaamheden. [verdachte] heeft mij gevraagd deze brief te maken en ondertekenen. Hij heeft mij het voorbeeld gegeven wat er in de brief moest staan en ik heb hem ondertekend. De informatie in de brief is onjuist. Behalve [BEDRIJFSNAAM 4] hebben deze bedrijven geen werkzaamheden verricht voor [bedrijfsnaam 2].

3.12

Een geschrift, te weten een brief van [bedrijfsnaam 2] N.V. van 6 juni 2014 gericht aan Mr. [medeverdachte 1] en ondertekend door [getuige 1], Island manager of [bedrijfsnaam 2] N.V. (D-1295a). Deze brief houdt in:

We, at [bedrijfsnaam 2] wish to extend a special thanks to you and St Maarten [bedrijfsnaam 1] group of companies.

Without local content, this project would not have been successful and completed.

We at [bedrijfsnaam 2] would like to give special thanks to the companies we worked with on this project such as: [...] [bedrijfsnaam 7] [bedrijfsnaam 7] Service, [bedrijfsnaam 4] Construction, [bedrijfsnaam 6] , [bedrijfsnaam 8], [bedrijfsnaam 9] en [BEDRIJFSNAAM 5] [...]

3.13

Een proces-verbaal van verhoor getuige, opgemaakt in de wettelijke vorm op 10 januari 2017 door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren bekend onder codenummer 16010 en 16128 (zelf genummerde map 5b, p. 377 t/m 385). Dit proces-verbaal houdt in, als de op genoemde datum tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van [directeur bedrijf 15]:

Ik ben directeur van [bedrijfsnaam 15] B.V. Wij worden benaderd door de [bedrijfsnaam 1] met een idee en dat werken wij uit. In eerste instantie zijn dat [medeverdachte 1] en [getuige 3]. Qua uitvoering hebben wij contact met [getuige 2].

Wij hebben bijvoorbeeld alles voor het [naam plaats 1] gedaan.

Wij werken altijd met vaste onderaannemers. Wij blijven verantwoordelijk voor het eindproduct en factureren ook. Onze onderaannemers factureren dus bij ons en niet rechtstreeks aan de klant.

U vraagt mij of ik werk met de volgende subcontractors:

[bedrijfsnaam 9] Constructions;

[bedrijfsnaam 6] Contracting Company;

[BEDRIJFSNAAM 5] Construction;

[bedrijfsnaam 3] Construction;

[bedrijfsnaam 8] Construction;

[bedrijfsnaam 4] Construction;

[bedrijfsnaam 7] [bedrijfsnaam 7] Services;

Mijn eerste reactie is dat ik nog nooit van deze bedrijven heb gehoord.

[bedrijfsnaam 7] [bedrijfsnaam 7] Services heb ik geloof ik eerder gehoord maar dat weet ik niet zeker. Ik hoor net dat drie onderaannemers toch bij ons bekend zijn. Dat zijn [BEDRIJFSNAAM 4] , [bedrijfsnaam 6] en [bedrijfsnaam 7] [bedrijfsnaam 7] . [verdachte] heeft ons deze aangedragen. Ik heb besprekingen met hem gevoerd. Hij zei dat hij wist dat wij de opdracht hadden gekregen van de [bedrijfsnaam 1] m.b.t. [naam plaats 1].

Ik weet dat deze bedrijven niet de werkzaamheden hebben uitgevoerd zoals vermeld op de facturen. [verdachte] zei dat de lokale mensen ook moeten eten en dat ik de onderaannemers moet betalen. Ik moet de facturen betalen zonder dat er voor gewerkt wordt. Iedereen moest happy zijn.

3.14

Een proces-verbaal van verhoor getuige, opgemaakt in de wettelijke vorm op 30 november 2016 door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren bekend onder codenummer 16082 en 16128 (zelf genummerde mapr 5b, p. 468 t/m 470). Dit proces-verbaal houdt in, als de op genoemde datum tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van [eigenaar 1 constructie bedrijf] :

Ik ben samen met [eigenaar 1 constructie bedrijf] eigenaar van [naam constructie bedrijf]. Wij nemen bouwwerkzaamheden aan in de ruimste zin van het woord. Wij werken sinds jaren voor de [bedrijfsnaam 1]. Wij werken alleen met vaste onderaannemers. Zij werken met vaste uurprijzen. Wij factureren de klant. Onze onderaannemers factureren dus nooit rechtstreeks aan onze opdrachtgevers. Wij facturen hun prijzen door in onze facturen.

De door u genoemde onderaannemers: [bedrijfsnaam 9] , [bedrijfsnaam 6] , [BEDRIJFSNAAM 5] , [bedrijfsnaam 3] , [bedrijfsnaam 8] en [BEDRIJFSNAAM 4] zeggen mij helemaal niets.

3.15

Een proces-verbaal van getuigenverhoor, opgemaakt door de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten op 16 januari 2018. Dit proces-verbaal houdt in als verklaring van [getuige 2]:

Ik ben facilitair planning en maintenance manager. Ik stuur de maintenance afdeling aan (het Gerecht begrijpt: hij is hoofd van de afdeling onderhoud van de [bedrijfsnaam 1]) De afdeling heeft vier of vijf medewerkers in dienst. Daarnaast zijn er 26 fte’s waar de [bedrijfsnaam 1] een contractuele verbintenis mee heeft. Mijn afdeling stuurt deze bedrijven aan. Bij facility moet u denken aan (onderhoud van) gebouwen, pieren, niet verplaatsbare objecten maar ook Causeway bridge, [naam buurt 1] bridge en [naam plaats 1]. Die vallen allemaal onder mijn verantwoordelijkheid.

Wij voeren de contracten uit die zijn afgesloten met de [bedrijfsnaam 1]. Wij controleren of het werk goed wordt gedaan. Je controleert waarvoor je betaalt. Ik kijk op de plek waar het werk wordt gedaan. Ik doe steekproeven. Ik kijk hoeveel er mensen er aan het werk zijn. Als je een contract hebt met een bedrijf komt er geen specifieke factuur voor het werk. Dan is er een maandelijkse betaling.

Bij andere bedrijven (het Gerecht begrijpt: als het werk wordt verricht door bedrijven waarmee de [bedrijfsnaam 1] geen overeenkomst heeft) vragen we een offerte aan voor bepaald werk. Als ik de offerte goed beoordeel stuur ik hem door naar senior management, daarmee bedoel ik [medeverdachte 1] , [getuige 3] of [getuige 4]. Ik word er bijna altijd bij betrokken als het om onderhoud gaat. Alleen in gevallen van grote urgentie gaat het weleens buiten mij om.

Alles wordt geregistreerd en dan naar finance gestuurd voor betaling. Iedere afdeling moet een budget indienen. Mijn budget is verdeeld over de verschillende afdelingen en bedraagt in totaal 1.5 miljoen dollar voor onderhoud.

U toont mij een brief van 22 februari 2017 van de Centrale Bank van Curaçao aan [medeverdachte 1] (D-1721). Ik krijg voor het eerst onder ogen dat er (in 2015) ruim 3,3 mio is uitgegeven aan onderhoud en schoonmaakkosten. Deze brief is gericht aan de CEO en is nooit met mij besproken. Waarom er in 2015 en 2016 meer dan 3 miljoen is uitgegeven kan ik niet verklaren. Voor zover ik weet is dat nooit met mij besproken. We krijgen maandelijks een overzicht van onze uitgaven. Op basis daarvan controleren we wat we hebben uitgevoerd en waar we staan in ons budget. Ik kan me niet herinneren dat we 3 miljoen hebben uitgegeven.

U toont mij factuur D-1152 (betreft een factuur van Clean Sint Maarten van 20 juni 2016. Deze factuur is voorzien van een crib nummer en een KvK registratie van het bedrijf. Tevens is de omschrijving van de werkzaamheden gedetailleerd en wordt vermeld wanneer deze werkzaamheden zijn verricht.) Deze factuur is voorzien van een stempel “maintenance departement” en is door twee personen geparafeerd. Het stempel betekent dat de factuur is geregistreerd op mijn afdeling. Daar gaat controle aan vooraf, zodat we weten dat die werkzaamheden zijn uitgevoerd. Een paraaf is van mij en de andere is van [getuige 4].

Het bedrijf [bedrijfsnaam 6] kan ik mij herinneren. Ik heb ze zelf opdracht gegeven. Het was voor een klein bedrag. De andere bedrijven [bedrijfsnaam 4] Construction, [bedrijfsnaam 7] [bedrijfsnaam 7] , [bedrijfsnaam 9] , [bedrijfsnaam 8] , [BEDRIJFSNAAM 5] en [bedrijfsnaam 3] kan ik me niet herinneren.

Verder in het verhoor wordt– kort samengevat – aan [getuige 2] een groot aantal facturen wordt voorgehouden van bovenstaande bedrijven. Hij verklaart daarover in vrijwel alle gevallen - kort gezegd - dat hij de facturen niet kent en dat hij ook geen opdracht voor de werkzaamheden heeft gegeven, terwijl de werkzaamheden wel onder zijn afdeling vallen. Volgens hem zijn de werkzaamheden ook niet door deze bedrijven gedaan. Er staat geen stempel “maintenance department” op de factuur en dus is de factuur ook niet langs zijn afdeling gegaan of daar geregistreerd.

3.16

Een proces-verbaal van getuigenverhoor, opgemaakt door de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten op 28 februari 2018. Dit proces-verbaal houdt in als verklaring van [getuige 4]:

Ik ben COO van de [bedrijfsnaam 1] en ik heb vier departementen/afdelingen waarvoor ik verantwoordelijk ben. Dat is onder andere maintenance.

[getuige 2] is de manager van onderhoud. We hebben (vaste) contracten met mensen die het werk verrichten. Buiten het dagelijks onderhoud om wordt een quote gevraagd. Een quote is een offerte. Als die goed is teken ik die af. Dan kan het werk verricht worden. Nadat het werk is gedaan komt er een factuur. [getuige 2] tekent die factuur als het werk is verricht en ik teken dan voor de betaling. Dan gaat het om onderhoud en kleine reparaties.

De desbetreffende manager is ervoor om te zorgen dat het werk gecontroleerd wordt. Hij keurt het goed ter bevestiging dat het is uitgevoerd. Aan de hand van de factuur tekent de manager af dat het werk is verricht. Dan komt de factuur bij mij voor de tweede handtekening en dan gaat de factuur naar accounting voor betaling. Accounting kan de cheques dan gaan printen. Er moeten altijd twee handtekeningen van het bestuur op (een cheque) staan.

Het Gerecht vat de rest van het verhoor aldus samen dat ook [getuige 4] een groot aantal facturen van de zeven bedrijven wordt getoond, waarop hij verklaart dat deze bedrijven geen onderhoudswerkzaamheden voor zijn afdeling hebben gedaan. Hij heeft wel facturen gezien van die bedrijven die waren afgetekend door [medeverdachte 1] . Hij weet niet hoe [medeverdachte 1] controleert hoe de facturen die hij voor akkoord aftekent zijn uitgevoerd. Hij heeft hem nooit werk zien controleren.

3.17

Een proces-verbaal van getuigenverhoor, opgemaakt door de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten op 17 januari 2018. Dit proces-verbaal houdt in als verklaring van [getuige 3]:

De getuige is CFO van de [bedrijfsnaam 1].

Mijn taak is het aansturen van de accountant afdeling. Er is een 2 handtekeningen principe voor het paraferen van cheques ten behoeve van het betalen van facturen. Dat is om te voorkomen dat er facturen worden betaald die niet zijn goedgekeurd door een daartoe bevoegde persoon. Als er maar een van de C’s (het Gerecht begrijpt: de handtekening van de CEO, CFO of COO) aanwezig is, dan wordt er niet betaald.

Aftekenen facturen

Er zijn bepaalde mensen die de facturen mogen aftekenen. De (afdeling)manager controleert of de diensten zijn geleverd en tekent dan af. Ik vertrouw er op dat het werk dan gecontroleerd is. Een factuur die door een andere manager is afgetekend lees ik niet meer.

Aftekenen cheques

Elk cheque moet door twee managers getekend worden. Dat zijn de CEO, CFO en COO. Zonder factuur kan de cheque niet getekend worden. Door de financiële administratie worden de externe factuurnummers vastgelegd. Als [medeverdachte 1] tekent dan tekent hij voor akkoord voor uitbetaling. Ik ga er van uit dat hij dan het werk heeft gecontroleerd.

Verantwoording

Ik rapporteer maandelijks op basis van de werkelijke bedragen die zijn uitgegeven over een bepaalde periode. Ik leg die naast de budgetten. Het is de optelsom van een aantal facturen. Ik heb gerapporteerd aan de CEO en de RvC.

Ik ken [verdachte]. Hij werkte als een soort pr persoon voor de [bedrijfsnaam 1].

3.18

Een proces-verbaal van getuigenverhoor, opgemaakt door de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten op 12 april 2018. Dit proces-verbaal houdt in als verklaring van [getuige 5]:

Ik ben sedert 2010 lid van de Raad van Commissarissen.

Ik ken de zeven lokale constructiebedrijven niet die facturen hebben ingediend die door de CEO zijn goedgekeurd. Omdat ze onder de limiet bleven zijn ze niet onder ogen van de RvC gekomen. Een interne controleur ontbreekt. Over de facturen is een rapport gemaakt door de huidige voorzitter van de RvC [naam voorzitter RvC[. De conclusie is dat de wijze waarop de facturen zijn geaccordeerd niet toelaatbaar was en dat degene die de facturen heeft geaccordeerd verwijderd moet worden van zijn positie en uit de organisatie.

3.19

Een proces-verbaal van getuigenverhoor, opgemaakt door de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten op 14 februari 2018. Dit proces-verbaal houdt in als verklaring van [naam voorzitter RvC]:

Ik was lid van de Raad van Commissarissen (RvC) tot eind 2017.

Bij zaken boven de 50.000 Naf moeten de facturen naar de RvC, als het eronder blijft weet de RvC er niet vanaf. Mij is opgevallen dat onderhoud een hoge post was. Mij is toen uitgelegd dat veel werk is uitbesteed aan kleine bedrijven.

3.20

Een proces-verbaal van getuigenverhoor, opgemaakt door de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten op 17 januari 2018. Dit proces-verbaal houdt in als verklaring van [naam lid RvC]:

Ik werd in 2013 benaderd om lid te worden van de RvC. Ik ben inmiddels gestopt.

Ik ken de namen van de zeven bedrijven niet die u mij noemt.

Voor zover ik weet zijn er nooit contracten van deze bedrijven bij de RvC terecht gekomen. Ik wist niet dat er facturen van deze lokale constructiebedrijven aan de [bedrijfsnaam 1] in opdracht van [verdachte] zijn opgemaakt en dat [verdachte] heeft verklaard dat hij de globale werkomschrijving en factuurbedragen van [medeverdachte 1] doorkreeg.

Ik ken [verdachte]. Ik heb hem vaker bij de [bedrijfsnaam 1] gezien.

Ik ben niet bekend met beleid op het punt van lokale aannemers. Ik ken geen beleid vanuit de overheid. Ook niet vanuit de [bedrijfsnaam 1]. Ik ben niet bekend met een beleid dat lokale aannemers zouden moeten worden ingehuurd.

Bespreking van het gevoerde bewijsverweer

Toerekening aan de [bedrijfsnaam 1]

De raadsman heeft aangevoerd dat de verdachte (en de andere verdachte in het zelfde feitencomplex [medeverdachte 1] ) moeten worden vrijgesproken van het als natuurlijke personen plegen van valsheid/oplichtingshandelingen jegens de [bedrijfsnaam 1]. Hij heeft daartoe gesteld (randnummers 42 t/m 57) dat de gedragingen van [medeverdachte 1] hebben plaatsgevonden in zijn hoedanigheid van CEO van de [bedrijfsnaam 1], zodat alleen tot een bewezenverklaring kan worden gekomen als de gedragingen en de wetenschap van [medeverdachte 1] niet aan de [bedrijfsnaam 1] kunnen worden toegerekend. Anders zou de [bedrijfsnaam 1] zichzelf valse facturen hebben bezorgd/hebben opgelicht en dat is niet mogelijk, aldus de raadsman. Nu volgens de raadsman het handelen van [medeverdachte 1] als CEO juist wel aan de [bedrijfsnaam 1] kan worden toegerekend, moet [medeverdachte 1] worden vrijgesproken van het als natuurlijke persoon plegen van valsheid jegens/oplichten van de [bedrijfsnaam 1], hetgeen – naar het Gerecht begrijpt – volgens de raadsman ook vrijspraak van de verdachte [verdachte] tot gevolg zou moeten hebben.

Naar het oordeel van het Gerecht berust de conclusie van de raadsman op een onjuiste rechtsopvatting. Voor een bewezenverklaring van oplichting van/valsheid jegens de [bedrijfsnaam 1] door [medeverdachte 1] en [verdachte] in persoon is niet nodig dat eerst wordt vastgesteld dat [medeverdachte 1] ’s gedragingen niet (ook) aan de [bedrijfsnaam 1] kunnen worden toegerekend. De omstandigheid dat strafbare handelingen van bepaalde medewerkers van een rechtspersoon strafrechtelijk aan deze rechtspersoon kunnen worden toegerekend en in verband daarmee bekendheid van zekere feitelijkheden bij die medewerkers moet worden gelijkgesteld met bekendheid daarvan bij de rechtspersoon, brengt niet mee dat, wanneer het niet gaat om toepassing van art. 51 Sr (Nederlands), er plaats is voor zodanige gelijkstelling (NJ 1991, 238).

Nu er ook in het onderhavige geval geen toepassing is gegeven aan het met voormeld artikel corresponderende art. 1:127 Sr, en de [bedrijfsnaam 1] in deze zaak niet als dader is betrokken, maar als slachtoffer, bestaat dus ook in dit geval geen aanleiding om de handelingen en/of de wetenschap van [medeverdachte 1] toe te rekenen aan de [bedrijfsnaam 1].

Ook vormt de omstandigheid dat de baten van de bewezen verklaarde misdrijven – naar de stelling van de verdediging – niet ten goede zijn gekomen aan [medeverdachte 1] maar aan anderen, geen beletsel voor bewezenverklaring van het ten laste gelegde.

Het verweer wordt verworpen.

Overwegingen met betrekking tot het bewijs van de feiten 1, 2 en 3

Zoals blijkt uit hun hierboven weergegeven verklaringen hebben de verdachten [medeverdachte 1] en [verdachte] het bestaan van, en hun betrokkenheid bij de genoemde facturen erkend, maar stellen zij dat het ging om facturen voor daadwerkelijk verrichte werkzaamheden. De officier van justitie acht bewezen dat de op de facturen vermelde werkzaamheden in werkelijkheid niet of slechts ten dele zijn verricht, zodat deze vals zijn.

Het Gerecht overweegt hierover als volgt.

In de eerste plaats moet worden opgemerkt dat de door de verdachte ingenomen stelling, inhoudend dat de in de facturen genoemde werkzaamheden daadwerkelijk zijn verricht, door geen enkel administratief stuk van de kant van de bedrijven die deze werkzaamheden zouden hebben verricht, noch door enig stuk uit de administratie van de [bedrijfsnaam 1], wordt bevestigd. Zo heeft geen van de bedrijven ook maar één offerte of opdracht van de [bedrijfsnaam 1] voor de beweerde werkzaamheden kunnen produceren. Ook is niet gebleken van enige uren-, voorraad- en/of loon- dan wel overige (financiële) administratie van die bedrijven. De eigenaren van deze bedrijven hebben zelfs geen namen kunnen of willen noemen van de personen die deze werkzaamheden voor hen zouden hebben verricht. In de administratie van de [bedrijfsnaam 1] zijn evenmin stukken terug te vinden waaruit blijkt dat de werkzaamheden zijn geoffreerd, toegekend en daadwerkelijk zijn verricht, uitsluitend stukken met betrekking tot de facturering en de betaling.

Nu voorts in de facturen zelf slechts zeer algemene omschrijvingen worden gehanteerd, zonder deugdelijke uitsplitsing naar exacte werkzaamheden, uren, materialen en andere posten, ziet het Gerecht in dit alles een sterke aanwijzing dat het niet gaat om facturen voor werkelijk verrichte werkzaamheden, maar om valse facturen.

Verder blijkt uit de verklaringen van de verdachten [medeverdachte 1] en [verdachte] dat er geen sprake was van enige serieuze en achteraf te verantwoorden controle op de uitvoering van de in de facturen genoemde werkzaamheden. De beide verdachten spreken elkaar op dit punt tegen en houden de ander grotendeels verantwoordelijk voor die controle.

De bedrijven [bedrijfsnaam 15], [bedrijfsnaam 2] en [naam constructie bedrijf], die volgens de vermeldingen op de facturen door genoemde zeven constructiebedrijven zouden zijn geassisteerd bij hun eigen werkzaamheden voor de [bedrijfsnaam 1], geven aan dat zij deze bedrijven in het geheel niet kennen, dan wel dat deze bedrijven hun geen assistentie hebben verleend.

En ook indien zij wel assistentiewerkzaamheden zouden hebben verleend, zij deze werkzaamheden niet rechtstreeks aan de [bedrijfsnaam 1] zouden hebben gefactureerd maar aan [bedrijfsnaam 15], [bedrijfsnaam 2] en [naam constructie bedrijf] zelf.

Ook [getuige 2], het hoofd van de afdeling onderhoud van de [bedrijfsnaam 1], waaronder veel van de gefactureerde werkzaamheden normaal gesproken zouden vallen, kent deze facturen en deze bedrijven niet.

Verder wijkt de route die de facturen in kwestie binnen de [bedrijfsnaam 1] volgden, af van het normale patroon. Het Gerecht leidt uit de verklaringen van [getuige 2], [getuige 3] en [getuige 4] af dat de gebruikelijke gang van zake was dat er vooraf offertes werden gevraagd voor werkzaamheden die bij de [bedrijfsnaam 1] moesten worden verricht. Na goedkeuring van de offerte wordt het werk gedaan, waarna de desbetreffende manager controleert of het werk daadwerkelijk naar behoren is verricht. Bij de in de onderhavige facturen genoemde werkzaamheden is deze werkwijze niet gevolgd. Deze zijn immers alle geparafeerd door de CEO zelf, zonder enige betrokkenheid van anderen, zoals afdelingsmanagers als [getuige 2]. Ook de Raad van Commissarissen was niet betrokken. Dit was mogelijk doordat de facturen veelal een bedrag betroffen dat net viel onder de grens waarbij toestemming van de RvC was vereist. Ook de gebruikelijke controle op de werkzaamheden door het afdelingshoofd heeft niet plaatsgevonden.

De verdachte [medeverdachte 1] heeft nog aangevoerd dat deze afwijking van de normale procedure te maken had met een specifiek project met als doelstelling om bij werkzaamheden voor de [bedrijfsnaam 1] ook te zorgen voor de, mede door de politiek gewenste, “local content”, te weten betrokkenheid van kleinere lokale ondernemers. Het Gerecht acht het bestaan van een dergelijk project echter niet aannemelijk geworden. Een schriftelijke vastlegging van dit beleid ontbreekt en [medeverdachte 1] ’s medebestuurders alsmede de leden van de RvC maken geen melding van het bestaan van een dergelijk beleid en de daarbij door [medeverdachte 1] gevolgde werkwijze, c.q. geven aan een dergelijk beleid niet te kennen.

Het Gerecht concludeert uit al het bovenstaande dat het in werkelijkheid ging om een stroom facturen, waartegenover geen (of in slechts zeer beperkte mate) werkzaamheden werden verricht. Deze facturenstroom werd in gang gehouden in onderlinge samenwerking tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] , waarbij [verdachte] de bepalende factor was bij het opstellen van de facturen en [medeverdachte 1] bij het accorderen en het laten uitbetalen daarvan door de [bedrijfsnaam 1]. Op deze manier hebben zij de [bedrijfsnaam 1] voor in totaal ongeveer 6.8 miljoen USD opgelicht.

Dat niet vaststaat aan wie dit bedrag uiteindelijk ten goede is gekomen, aangezien deze gelden na de uitbetaling per cheque uit het zicht van justitie zijn verdwenen, doet daaraan niet af.

De onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten zijn derhalve wettig en overtuigend bewezen. Deze feiten leveren geen eendaadse samenloop op, reeds omdat er geen sprake is van een gelijktijdigheid in tijd en plaats, terwijl er bovendien sprake is van verschillende ongeoorloofde wilsbesluiten.

De bewijsmiddelen ten aanzien van de feiten 4 en 5

1 verklaringen verdachten

2 Verklaringen van anderen

3 Bevindingen van verbalisanten

4 Geschriften