Home

Rechtbank Den Haag, 21-12-2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:22162, C/09/651496 HA RK 23-203

Rechtbank Den Haag, 21-12-2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:22162, C/09/651496 HA RK 23-203

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
21 december 2023
Datum publicatie
16 mei 2024
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2023:22162
Zaaknummer
C/09/651496 HA RK 23-203

Inhoudsindicatie

Ontslag statutair bestuurder. Verzoek tot toekenning van een billijke vergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

Zittingsplaats ’s-Gravenhage

JvdB/cd

Zaaknummer: C/09/651496 HA RK 23-203

Uitspraakdatum: 21 december 2023

Beschikking van de rechtbank in de zaak van:

[verzoeker] , wonende te [woonplaats] , verzoeker,

gemachtigde: mr. J.L.J.J. Nelissen,

tegen

de besloten vennootschap Medis Medical Imaging Systems B.V.,gevestigd te Leiden, verweerster,

gemachtigde: mr. J.G.N. Zincken.

Partijen worden hierna aangeduid als “ [verzoeker] ” en “Medis”.

1 Het procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

het verzoekschrift van [verzoeker] , met producties 1 tot en met 26, ingekomen bij de griffie op 31 juli 2023;

-

het verweerschrift van Medis, met producties 1 tot en met 35, ingekomen bij de griffie op 10 oktober 2023;

-

de aanvullende producties 27 tot en met 29 van de zijde van [verzoeker] , ingekomen bij de griffie op 13 oktober 2023;

-

de aanvullende productie 37 van de zijde van Medis, ingekomen bij de griffie op 16 oktober 2023.

1.2.

Op 17 oktober 2023 heeft de mondelinge behandeling van het verzoek plaats gevonden. Verschenen zijn [verzoeker] in persoon, bijgestaan door mr. Nelissen. Namens Medis zijn dhr. [naam 1] en dhr. [naam 2] verschenen, bijgestaan door mr. Zincken. Daarbij zijn door beide partijen pleitaantekeningen overgelegd, die zich in het procesdossier bevinden. Van het overige verhandelde ter zitting zijn door de griffier aantekeningen gemaakt die zich ook in het procesdossier bevinden. De zaak is daarna met veertien dagen aangehouden teneinde partijen in de gelegenheid te stellen tot een minnelijke regeling te komen. Bij brief van 27 oktober 2023 heeft [verzoeker] verzocht een beschikking te geven.

1.3.

De datum van de beschikking is vervolgens bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

[verzoeker] is op 1 januari 2019 in dienst getreden bij Medis in de functie van Chief Executive Officer. Hij is per die datum benoemd tot statutair bestuurder. In de arbeidsovereenkomst is – voor zover hier relevant – het volgende bepaald:

“(...)

Artikel 15: concurrentie/relatiebeding

15.1

Het is de werknemer zowel tijdens de arbeidsovereenkomst als gedurende een periode van een jaar na het eindigen daarvan verboden om in Nederland, direct noch indirect, noch voor zichzelf noch voor derden, in enigerlei vorm werkzaam of betrokken te zijn in of bij enige onderneming met activiteiten die gelijk, gelijksoortig, aanverwant of op enig andere wijze concurrerend zijn aan of met de activiteiten van werkgever of die van met de werkgever gelieerde ondernemingen, hieronder onder meer begrepen het financieel of op andere wijze deelnemen aan en/of het hebben van directe of indirecte zeggenschap over een dergelijke onderneming.

15.2

Het is de werknemer zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de werkgever verboden om gedurende een tijdvak van een jaar na het eindigen van de arbeidsovereenkomst als zelfstandig ondernemer, als werknemer in dienst van derden of anderszins, direct of indirect, om niet of tegen betaling, zaken of diensten gelijk aan of vergelijkbaar met die waarop de onderneming van de werkgever zich toelegt, te leveren aan diegenen die op enig tijdstip gedurende de laatste drie jaren onmiddellijk voorafgaande aan de datum van beëindiging van de arbeidsovereenkomst dergelijke zaken of diensten van de werkgever betrokken, dan wel om gedurende het genoemde tijdvak op enigerlei wijze betrokken te zijn bij, belang te hebben bij financieel geïnteresseerd te zijn bij de levering van zulke zaken of diensten aan de genoemde derden. Dan wel om gedurende het genoemde tijdvak met deze derden contacten van commerciële aard te onderhouden.”

Artikel 22: Performance Bonus Plan and SARS

22.1

De werknemer komt in aanmerking voor een jaarlijkse Performance Bonus, die enerzijds is gebaseerd op het bruto jaarsalaris van de werknemer en anderzijds op de realisatie door de werknemer van de in het betreffende bonusjaar vastgestelde targets. Deze targets worden jaarlijks na overleg met de werknemer door de werkgever vastgesteld en opgenomen in een Performance Bonus Plan, voor het eerst met ingang van het jaar 2020. De betaling van de Performance Bonus staat ter discretionaire bepaling van de werkgever en geschiedt na afloop van het bonusjaar uiterlijk in de maand na de goedkeuring en vaststelling van de jaarrekening van de werkgever betreffende het bonusjaar. De werknemer kan aan een bonusbetaling in het verleden geen rechten ontlenen voor toekomstige bonusbetalingen. (...)”

2.2.

Op 9 september 2020 heeft [naam 1] met [verzoeker] gesproken en zorgen en wensen van de RvC geuit over de wijze waarop [verzoeker] de onderneming tot dan toe heeft geleid. [naam 1] stuurt hier – per e-mail van diezelfde dag – een bericht over aan [naam 3] en [naam 4] . In de e-mail staat – voor zover hier relevant – het volgende:

“(...)

Ik heb daarnet met Hans gesproken en onze zorgen en wensen (zie onder) gecommuniceerd. Hij heeft het begrepen. De punten zullen in de volgende RvC worden geadresseerd. (...)

De leden van de RvC beginnen zich zorgen te maken om een paar redenen:

(...)

2: Het is nodig om snel commercieel veel agressiever te worden, ook met prioriteit QFR. Daarnaast lijkt het dat we geen gelijke tred houden met de markt voor medical imaging, afgaande op de verkopen van de OEMs. (...)

(...)

5: Na de priorisering in de volgende board moet er snel een budget voor volgend jaar komen met substantieel hogere omzetniveaus, zonder dat de kosten al mogen toenemen. (...)”

2.3.

Op 21 juni 2021 vindt er een vergadering met de RvC plaats in Breda. Per e-mail van 19 juli 2021 stuurt [naam 1] aan [verzoeker] een overzicht van hetgeen tijdens die vergadering is besproken. In de e-mail staat – voor zover hier relevant – het volgende:

“(...)

However, as we discussed in Breda, it now seems to us that solving in solving past deficiencies, we are shifting the company to the opposite extreme: lots of structure but insufficient specific domain knowledge and experience – it appears we are too much guided by a large company mentality. (...)

(...)

The current lack of strategy and/or approach in certain areas also underscores the need for a more agility. Just a few concrete examples:

-

In 2 years since receiving FDA approval for QFR, we have not managed to setup a reference site nor sell any QFR licenses in the US market, which is the main markt for QFR revenue growth?

-

What could have been done to close deals (including ACIST and another OEMs) for QFR in the USA sooner?

-

Why are we taking so long to deliver a plan for China? Medis has excellent contacts and standing with KOLs in that country and has had a partnership with Pulse for some years up until recently?

-

What are the plans to attract key people with experience in het cardiovascular market?

-

Can we be more aggressive in the replacing less than impressive performers? Grant Frazier seems to a case in point, but there may be other candidates.

Cost efficiency. While a great deal of progress has been made in many areas, the cost levels are high as well. We fear the company is creating and populating structure and organization too far ahead of revenue growth and new business development. As a result, operating cost have exploded and are not matched with revenue growth – in fact, revenues have mostly stagnated (partly due to COVID) at the same level since 2015; although they have picked up in the first half of the year.

(...)

Communication. As we discussed in Breda, we feel we have a hard time getting adequate information to assess and focus the investments in value. The management presentations, for example, should provide more compelling information and updates on (...)

(...)

The supervisory board has the responsibility to evaluate and oversee the company strategy and the execution plan. This includes the corporate finance strategy, which is now the most pressing matter. In parallel to the equity story you are developing, we need to start working on an activity value analysis, a discussion of the cost levels, the effectiveness of the organization and the company culture. To do that, we would like to jointly develop a plan (...)”

2.4.

In november 2021 heeft een potentiële investeerder (Gilde) laten weten (toch) niet in Midis te willen investeren. Naar aanleiding daarvan stuurt [naam 3] (lid van de RvC) – voor zover hier relevant – op 16 november 2021 de volgende e-mail aan [verzoeker] :

“(...)

De afgelopen periode heeft ons veel geleerd, veel daarvan hebben we ook al besproken. We zien om ons heen een versnelling van de investeringen in de concurrentie, wat verder benadrukt dat van ons een ander tempo is vereist. Ook moeten we helaas vaststellen dat er veel investeerders en kapitaal in de markt zijn, maar dat deze niet – of in ieder geval onvoldoende – in de huidige Medis propositie zijn geïnteresseerd. Vooral de feedback van Gilde, een gespecialiseerde investeerder met veel domeinkennis die veel tijd en moeite heeft gestoken in de propositie, zet de interne gesprekken van de afgelopen tijd in een versterkend licht. Onder deze omstandigheden is een “verder zo” niet meer draagbaar, en het is duidelijk dat er een nieuw plan moet komen om succesvol de klinische markt alsook de kapitaalmarkt te bewerken.

De SB is van mening dat dit een moment is om alle opties onder ogen te zien, zeker ook in het licht van de beperkte middelen. Dit is er een waarbij we alle product- marktcombinaties dienen te evalueren op potentie, maar ook moeten kijken naar de interne organisatie en de kosten die bij elk scenario horen. Daarnaast zijn mogelijkheden als opsplitsen, licentiëren van Medis producten voor de klinische markt aan een partner, en andere creatieve opties die de waarde van Medis maximeren en daarmee haar toekomst veiligstellen. Aangezien we allemaal overtuigd zijn van het potentieel van QFR, is een scenario waarin dat de focus van de firma wordt zonder additioneel kapitaal op te halen het basisscenario. Idealiter kunnen andere PMC’s / plannen daar als bouwstenen aan worden toegevoegd.

Gezien de beperkte middelen waarover Medis beschikt, stellen we voor zo snel mogelijk de kosten tot het meest noodzakelijke te beperken. We willen je dan ook verzoeken om op korte termijn een voorstel te doen voor de manier waarop we daarover regelmatig af kunnen stemmen. (...)”

2.5.

Op 17 januari 2022 heeft vervolgens een vergadering met de RvC in Utrecht plaatsgevonden, om de voortgang te bespreken. In de aantekeningen van [naam 1] van deze vergadering staat – voor zover hier relevant – het volgende:

“(...)

Doel van deze vergadering is om met jou over de toestand en de ontwikkelingen in de onderneming te spreken, en ook jou zich te ervaren .

In Juni vorig jaar hadden we in Breda al een vergadering waarin we, denk ik, constructief op zwaktes in de onderneming hebben gewezen, en tegelijkertijd ook constructieve voorstellen en ondersteuning voor verbeteringen gemaakt (...)

We zijn nu 6 maanden verder:

De veranderingen die we ons in de Breda vergadering hebben gewenst zijn grotendeels niet zichtbaar

Intussen:

-

Nog niet gelukt is investeerders te overtuigen in Medis te investeren

-

De Omzet ver achter verwachting ligt

-

Binnenkort weer liquiditeitsproblemen

De toestand en de ontwikkelingen in de onderneming is rede tot bezorgdheid . Onze ontevredenheid is op verschillende gebieden , zoals

-

Zichtbaar groeiende frustratie in de samenwerking tussen RvC en het management

-

Ontoereikende zakelijke performance van Medis

-

Het management in het algemeen

-

En andere

We willen beginnen met de samenwerking tussen RvC en Management

Dat was ook al een thema in Breda en nu komt erbij dat de relatie zich zichtbaar verslechtert.

(ongeduld laatste vergadering)

Current situation:

Frustrations: SVB – Management Team

- Open werken

- Onprofessionele opmerkingen

- Amateurisch and flawed communication towards SB and shareholders

Company Performance

- Missed budget

- USA Operations, including QFR

Unsatisfactory exploitation and growth of AMID business

Lack of product vision

Lack of overall company strategy

Lack of knowhow of clinical needs and clinical workflow.

Lack of knowhow and experience on healthcare IT: the business and technology players; the clinical and cath lab IT: Insufficient direct contacts and relationship building with healthcare IT players such as PACS, CVIS, EMR, etc.

Management (internal)

- Lack of vision and leadership

- non-inclusive management (e.g. as stated by Johan Vooren, the focus exercise done almost only by [verzoeker] )

- Lack of oversight and action regarding performance of key staff (e.g.) Frazier, product managers)

- Rolling analysis for financial, technology and market risks and contingency planning is missing.

(...)”

2.6.

Op 22 januari 2022 heeft vervolgens een vergadering/workshop plaatsgevonden in Bremen. Per e-mail van 20 januari 2022 stuurt [naam 1] ter voorbereiding op de vergadering een powerpoint met – onder andere de volgende - agendapunten:

“(...)

1. Develop a common understanding between Management, RvC and Shareholders on the future strategy, organization and operations.

2. Provide guidance to the management for their internal communication and management of the company regarding e.g. corporate, product, M&S and hiring strategy and priorities.

3. Provide guidance for external communication towards potential investors and shareholders.

4. Create transparency with regards to the segments:

-

Clinical Products

-

Clinical Research Products and Pipeline

5. Financial Reporting, Organization, Management

(...)”

2.7.

Op 14 februari 2022 is door de RvC in overleg met [verzoeker] een consultant ingeschakeld, de heer Sinnema. In de e-mail aan Sinnema wordt – voor zover hier relevant – het volgende vermeld:

“(...)

Vanochtend hebben we met de CEO, [verzoeker] , de mogelijkheid besproken met jou samen te gaan werken.

We hebben met hem besproken dat we je mogelijk inhuren om de onderneming voor te bereiden op de transitie (‘de derde fase’) die er met de CPO en de kanteling naar de klinische markt aan zit te komen. Dimensies daarin zijn de lopende transitie in de onderneming, in het MT en de samenwerking tussen MT en SB.

Als specifieke aandachtspunten, die ons allemaal meer vertrouwen gaan geven, hebben we meegegeven:

-

Openheid van werken: Deze richting dient in verkennende dialoog met medewerkers, MT en SB opgesteld te worden, zodat er breed draagvlak en begrip is;

-

Marktgericht MT: Hoe kan de CEO het voortouw nemen in een kanteling van de organisatie naar de markt (van een interne blik) en de integratie van de CPO

-

Richting-gevend leiderschap: De CEO kan meer een richting kiezen en uitdragen. Deze dienen in hapklare brokken opgediend en voor alle duidelijk te zijn

-

Key success factors: Voor de strategische doelen dienen er behapbare doelen worden gesteld met meetbare deadlines (epics en sprints, bijvoorbeeld)

-

Granular management: De logica en de acties onder de key success factors, een niveau dieper, dienen te worden opgesteld en vervolgd. Het marketingplan van [verzoeker] is hier een goed voorbeeld, de benadering van Kostas het tegenovergestelde.

-

Governance: Er moeten duidelijke afspraken over wat en hoe er wordt gewerkt. Dit gaat om autorisatie, maar ook om vergaderschema en onderwerpen. We hebben wat we hadden afgesproken al weer losgelaten.

(...)”

2.8.

In de notulen van de RvC vergadering van 30 juni 2022 is vermeld dat Van Herk een overbruggingslening ter beschikking heeft gesteld zodat Medis betalingen kon verrichten in juni in afwachting van de tussentijdse investeringsronde waarin Van Herk 2 miljoen euro heeft geïnvesteerd. Tevens is besproken dat alternatieven moeten worden onderzocht om de periode waarin Medis aan haar betalingsverplichtingen kan voldoen, te verlengen.

2.9.

In de notulen van de RvC vergadering van 22 juli 2022 is vermeld dat Waterman als potentiële investeerder is afgehaakt en dat het Oaklins traject van vitaal belang is voor de continuïteit van de onderneming en het management een fall back scenario moet ontwikkelen waarin de onderneming op een gecontroleerde wijze wordt beëindigd.

2.10.

Tijdens de RvC vergadering van 2 september 2022 is de door [verzoeker] gepresenteerde cashflow besproken. Uit de notulen volgt dat de benodigde gelden tot het einde van het jaar slechts gedeeltelijk met een extensie van de overbruggingsfinanciering kunnen worden gefinancierd, het huidige banksaldo is niet toereikend voor de betaling van de salarissen in oktober: “With the current balance, the October salaries cannot be paid. Until that date, backup scenarios to bridge to the transaction need to be prepared, such as focusing Medis and returning to offers of previously interested investors for smaller investments.”

2.11.

Tijdens de RvC vergadering van 12 september 2022 is besproken dat de behoefte aan cash onveranderd is. [verzoeker] zal, in lijn met de Breemen vergadering, een “new focus/contingency plan with a zero cash burn in a short period of time, requiring an appr. €5m reduction of costs while keeping current revenues” opstellen.

2.12.

In de notulen van de RvC vergadering van 6 oktober 2022 staat dat besproken is dat er geen financiële middelen zijn om voor het einde van de maand salarissen, loonbelasting en huur te betalen: “Funding: Cash is at €380k, payroll, wage taks and rent cannot be met by end of the month. The size of additional required funding to the end of the year is unchanged at €0,7m. The funding need until a transaction is dependent on the expected Mayflower process. Funcing the cash need until year end will be possible at the best possible terms next week (the week of 10 October). After a short documentation and closing process, the funding can be available in time”.

2.13.

In de notulen van de RvC vergadering van 23 februari 2023 is vermeld dat een overbruggingslening van € 500.000,- ter beschikking is gesteld.

2.14.

In de notulen van de RvC vergadering van 4 april 2023 wordt het volgende vermeld:

“(...) Mayflower has not yielded an acceptable proposal from an investor and the process will have to be stopped. The company’s financial runway is limited to the month of April. The supervisory board and shareholders have had first discussions about an alternative plan for the future, which will aim to reduce the cash outflow in a short period of time while preserving the value potential. The current financial shareholder, Van Herk, has indicated it is willing to continue to invest in Medis, provided that [naam 1] will take a large role in the drafting and execution of such alternative plan.

The supervisory board informs [verzoeker] that the shareholders are calling a shareholder vergadering to discuss his dismissal as managing director/ CEO.(...)”

2.15.

Per brief van 5 april 2023 is een oproep verstuurd voor een algemene vergadering van aandeelhouders te houden op 21 april 2023. Op de agenda wordt vermeld “Besluit met betrekking tot het voorgenomen ontslag van de heer J [verzoeker] uit zijn vennootschapsrechtelijke hoedanigheid van bestuurder van Medis Medical Imaging Systems B.V. en de daarmee samenhangende voorgenomen beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst met Medis Medical Imaging Systems B.V.

2.16.

Per e-mail van 19 april 2023 is aan [verzoeker] een toelichting verstuurd op het voorgenomen besluit. Daarin staat – voor zover hier relevant – het volgende:

“In de afgelopen tijd is de verhouding tussen de (indirecte) aandeelhouders, stakeholders en RvC van Medis Holding B.V. enerzijds en u als bestuurder (CEO) anderzijds, steeds ernstiger verstoord geraakt. Het door u als bestuurder (CEO) gevoerde beleid en het resultaat daarvan heeft geleid tot oplopende ernstige zorgen en onvrede bij de aandeelhouder, indirecte aandeelhouders, stakeholders en RvC. Hierbij speelt mee dat u in het door u gevoerde beleid niet of onvoldoende opvolging geeft aan, en rekening houdt met, wensen en adviezen vanuit de (indirecte) aandeelhouders, stakeholders en RvC die mede zijn geuit en gegeven tegen de achtergrond van de kwetsbare bedrijfseconomische situatie waarin de vennootschap verkeert en de resultaten van het door u gevoerde beleid.

Daarbij zijn wat betreft (de resultaten van) het door u gevoerde beleid onder andere de volgende zaken van belang:

-

Het (laten) doorstijgen van de kostenniveaus in de afgelopen jaren, wat heeft geleid tot een buitenproportionele organisatie met excessief zware administratieve processen;

-

Het niet halen van de omzetbudgetten 2021, 2022 en het eerste kwartaal van 2023 (waarbij voor 2022 en 2023 het voorstel van het management is gevolgd);

-

Ook blijft de omzetontwikkeling ver achter bij de prognose die een klein jaar geleden is opgesteld voor het informatiememorandum voor de financiering;

-

De acquisitie van AMID, waar vele miljoenen mee zijn gemoeid, heeft niet de producten en omzetgroei opgeleverd die er in de business case waren opgenomen – de omzet neemt helaas af;

-

De ontwikkeling van het eigen product ‘Medis Suite US’ (Ultrasound) op basis van de AMID technologie is mislukt: voor dit product was in September 2021 EUR 275k aan omzet voorspeld voor het daaropvolgende kwartaal. Tot op heden is er geen omzet met dit product gerealiseerd;

-

De marktpenetratie in V.S. voor QFR, het belangrijkste product, verloopt bijzonder moeizaam. Er is in enkele jaren slechts een enkele ‘reference site’ gerealiseerd, en er is verder geen klant binnengehaald, ondanks veelbelovende research en goede wetenschappelijke kritieken alsmede FDA vrijgave sinds2019;

-

De bedrijfseconomische situatie van de vennootschap is uitermate kwetsbaar geworden aangezien u gedurende een periode van meer dan anderhalf jaar niet geslaagd externe financiering op te halen, in tegenstelling tot concurrerende firma’s met mindere geloofsbrieven, ondanks:

o adviezen en aanwijzingen door de RvC en ondersteuning d.m.v. een extern adviseur (de heer Paul Roos);

o concrete adviezen van een grote investeerder aangaande de zwaktes van Medis, haar strategie en haar management; en het negeren van de voorwaarden waaronder Medis een interessante propositie zou kunnen zijn (Gilde);

o ondersteuning door een gespecialiseerde corporate finance firma die wereldwijd actief is op het gebied van medische technologie (Oaklins);

o dat er herhaaldelijk interesse door partijen is getoond, eerste voorstellen zijn ontvangen en boekenonderzoek is gedaan;

Bij het door u gevoerde beleid geeft u niet of onvoldoende opvolging aan, en houdt u niet of onvoldoende rekening met, wensen en adviezen vanuit de aandeelhouders, indirect aandeelhouders, stakeholders en RvC, zoals bijvoorbeeld:

o concrete adviezen van een grote externe investeerder over de voorwaarden waaronder Medis een interessante propositie zou kunnen zijn;

o wensen m.b.t. het niet aannemen van extra personeel;

o verzochte informatie over de “churn” bij de recurrente revenuen en de relatie tussen order-intake en omzet ontbreekt nog steeds – twee jaar nadat deze migratie is ingezet;

Een en ander heeft ook geleid tot communicatieproblemen met de RvC, waarbij ondersteuning door een coach tot onvoldoende verbetering heeft geleid;

Inmiddels is de vennootschap door bovengenoemde redenen in de situatie geraakt dat de beschikbare financiële middelen op zeer korte termijn zullen zijn uitgeput en er een beroep zal moeten worden gedaan op de bereidheid van de zittende aandeelhouders om financiering te verstrekken. De ontstane situatie noopt derhalve tot dringende maatregelen op korte termijn.”

2.17.

Op 21 april 2023 is [verzoeker] tijdens de algemene vergadering van aandeelhouders ontslagen.

3 Het geschil

3.1.

[verzoeker] verzoekt de rechtbank, na zijn verzoek te hebben verminderd, bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad:

I. Aan [verzoeker] ten laste van Medis een billijke vergoeding te bepalen gelijk [verzoeker] heeft uiteengezet onder randnummer 143 van het verzoekschrift, één en ander te voldoen binnen acht dagen na betekening van de beschikking en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der betekening tot aan de algehele voldoening;

II. Medis te veroordelen aan [verzoeker] te betalen de bonus 2022, groot € 66.907,= bruto, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der betekening tot aan de dag der algehele voldoening, te voldoen binnen 14 dagen na dagtekening beschikking;

III. Medis te veroordelen aan [verzoeker] te betalen de bonus 2023, groot € 15.810,= bruto, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der betekening tot aan de dag der algehele voldoening, te voldoen binnen 14 dagen na dagtekening beschikking;

IV. Het tussen partijen in artikel 15.2 van de arbeidsovereenkomst overeengekomen relatiebeding te matigen tot 12 maanden, te rekenen vanaf 21 april 2023, althans vanaf 1 juni 2023, althans dat beding vanaf een van voormelde data te schorsen c.q. buiten effect te stellen;

V. Voorwaardelijk, voor zover de rechtbank bij het bepalen van de billijke vergoeding zoals omschreven in randnummer 121 van het verzoekschrift uitgaat van een periode van minder dan 12 maanden, voor recht te verklaren dat Medis geen beroep kan doen op het concurrentie/relatiebeding zoals opgenomen in artikel 12 van de arbeidsovereenkomst, althans dat beding te schorsen c.q. buiten effect te stellen;

VI. Medis te veroordelen aan [verzoeker] te betalen alle reeds door [verzoeker] gemaakte en nog te maken advocaatkosten, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, te voldoen binnen 14 dagen na dagtekening beschikking, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der betekening tot aan de dag der algehele voldoening;

VII. Medis te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met de eventuele nakosten.

3.2.

[verzoeker] heeft aan het verzoek het volgende ten grondslag gelegd. [verzoeker] heeft recht op een billijke vergoeding krachtens artikel 7:682 lid 3 sub a BW nu de opzegging in strijd is met artikel 7:669 BW, omdat van een redelijke grond in de zin van artikel 7:669 lid 1 sub d, h en g BW geen sprake is en Medis niet aan haar herplaatsingsverplichting heeft voldaan. [verzoeker] stelt zich aldus op het standpunt dat Medis ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Verder maakt [verzoeker] aanspraak op uitbetaling van een bonus over de jaren 2022 en 2023 en verzoekt hij het tussen partijen overeengekomen relatiebeding te matigen tot 12 maanden. Omdat Medis in strijd heeft gehandeld met haar verplichtingen uit hoofde van het goed werkgeverschap ex artikel 7:611 BW heeft [verzoeker] een advocaat moeten inschakelen. [verzoeker] verzoekt krachtens artikel 7:686a lid 3 BW vergoeding van zijn advocaatkosten.

3.3.

Medis voert verweer en concludeert – samengevat – tot afwijzing van de verzoeken van [verzoeker] , met veroordeling van [verzoeker] in de proceskosten. Medis heeft aangevoerd dat wel degelijk sprake was van een redelijke grond en dat herplaatsing van [verzoeker] niet mogelijk was. Verder betwist Medis dat [verzoeker] aanspraak kan maken op een billijke vergoeding, de bonussen over 2022 en 2023 en vergoeding van zijn advocaatkosten.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna – voor zover nodig – nader ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing