Belang bestuurder weegt zwaarder dan zorgen OR over capaciteit
Belang bestuurder weegt zwaarder dan zorgen OR over capaciteit
Gegevens
- Nummer
- 2026/14
- Publicatiedatum
- 30 maart 2026
- Auteur
- Redactie
- Rubriek
- Uitspraak
- Trefwoorden
- Normroosteren, meeroosteren, Rijkswaterstaat verkeer en management
Feiten
De OR van Rijkswaterstaat verkeer en watermanagement (VWM) weigert instemming te verlenen voor de overgang van normroosteren naar meeroosteren. De bestuurder vraagt vervangende toestemming aan. De OR geeft aan diverse zorgpunten te hebben over het meeroosteren. Dit heeft vooral betrekking op een verwachte ondercapaciteit in januari tot en met maart 2026. Rijkswaterstaat weerlegt dit omdat in die maanden vrij weinig verlofaanvragen worden gedaan, zodat de onderbezetting eenvoudiger is op te vangen. Verder staat vast dat Rijkswaterstaat zich bij beide roostervormen moet houden aan de ATW en ook het normroosteren een beperkte hoeveelheid overuren toestaat. Het overgrote deel van de werknemers (88%) heeft aangegeven over te willen gaan op meeroosteren. Voor de werknemers brengt deze manier van roosteren meer flexibiliteit.
Beoordeling
Rijkswaterstaat heeft voldaan aan de voorwaarden om over te gaan naar meeroosteren. De OR heeft het belang om de instemming te weigeren onvoldoende kunnen beargumenteren. Hierbij weegt het belang en de wens van (88% van) het team ook sterk mee voor de rechtbank. Ook heeft Rijkswaterstaat voldoende uitgelegd hoe zij met de onderbezetting kan omgaan.
De conclusie van de rechter luidt dan ook dat het belang van Rijkswaterstaat ten aanzien van het invoeren van het meeroosteren zwaarder weegt, dan de zorgen van de OR over de ondercapaciteit. Het verzoek voor vervangende toestemming wordt daarom toegewezen.
Commentaar
Deze zaak is te zien als een loepzuivere inhoudelijke bespreking. Het is er een die de schoolboekjes in kan. De bestuurder wil een ander roostersysteem invoeren en vraagt de OR om toestemming. De OR ziet diverse beren op de weg en weigert instemming. Vervolgens vraagt de bestuurder om vervangende instemming en krijgt deze ook omdat de OR onvoldoende argumenten kan inbrengen. Aan de beoordeling van de zwaarwegende bedrijfsorganisatorische en/of bedrijfssociale redenen wordt zelfs niet meer toegekomen.
Maar zo hoort tegenspraak wel te werken. De OR heeft kans gehad om zijn zorgen te uiten.
Moraal van verhaal? Ondernemingsraden hebben met het instemmingsrecht een stevig middel in handen, maar het effect (in een juridische procedure) hangt sterk af van de redenen van de OR. Daarbij is het ook verstandig om te bedenken wat de argumenten van de werkgever kunnen zijn.
Rechtbank Midden-Nederland, 12-02-2026 ECLI:NL:RBMNE:2026:592
Peer van den Bouwhuijsen
Voor meer achtergrond: