“Ministeries en bewindslieden moeten rechtstreeks praten met OR-leden”

09 november 2020

Als ondernemingsraden van publiekrechtelijke organisaties in contact zouden staan met de opdrachtgevers van hun organisatie, zouden die opdrachtgevers beter weten wat er bij de uitvoering van hun beleid komt kijken. Dat vindt Martin Kesselring, tot 1 januari jongstleden voorzitter van de OR van het CBR.

Vijftien jaar problemen

Kesselring werd gehoord door de Tijdelijke commissie Uitvoeringsorganisaties, een commissie van de Tweede Kamer die problemen bij de Belastingdienst, UWV en CBR onderzoekt. Dit om lessen te kunnen trekken over problemen die ook elders spelen.

Het CBR kampt sinds 2005 met ICT-problemen en mede daardoor ook met hardnekkige wachtlijsten voor medische keuringen. De OR kaartte die problemen vanaf 2009 aan, onder meer via een procedure voor de Ondernemingskamer. De raad liet ook een rapport opstellen door extern deskundige Rob van Gijzel en nam diverse keren contact op met Kamerleden en het ministerie van VWS. Maar dat had jarenlang weinig of geen resultaat. Verbetering kwam pas toen minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat) het CBR onder verscherpt toezicht plaatste en Alexander Pechtold als crisismanager aantrad.

Onhaalbare opdracht

Vragen van commissieleden wekten de indruk dat zij deze lange voorgeschiedenis maar gebrekkig kenden. Zo kreeg Kesselring de vraag voorgelegd of er vóór zijn aantreden in 2015 ook al problemen waren. Waarop Kesselring uitlegde dat de problemen zijn begonnen toen het toenmalige ministerie van Verkeer en Waterstaat het CBR opdroeg om sneller en vooral geheel digitaal te gaan werken. In dat laatste is de organisatie nooit geslaagd. Het CBR zag zich genoodzaakt om er systemen voor te laten bouwen, maar die zijn altijd te “weerbarstig” gebleven, zoals Kesselring het noemde.

Onder het voorzitterschap van Kesselring zelf schreef de OR in 2016 een brandbrief naar de directie om te vragen wat het masterplan was om doorlooptijden te verkorten, maar dat masterplan kreeg de OR volgens hem nooit te zien. Toen de OR naar de Raad van Toezicht stapte, antwoordde die dat er aan oplossingen gewerkt werd. Maar in werkelijkheid zijn de problemen daarna verergerd. Voor medewerkers was het ontmoedigend om te constateren dat er na herhaalde signalen vanuit de werkorganisatie niets verbeterde. Op de vraag waarom managers niet meer naar medewerkers luisteren, antwoordde Kesselring in eerste instantie dat men dat aan managers moet vragen. “Die doen soms al honderd jaar hetzelfde.” In tweede instantie: “Maar het ligt ook aan wetgeving.” Hij noemde voorbeelden van regels die op de CBR-werkvloer op onbegrip stuiten.

Direct communiceren

Sprekend over structurele oplossingen zei Kesselring: “Ondernemingsraden spreken in het algemeen maar heel zelden met de opdrachtgevers van hun organisaties. Dat vind ik jammer, want dan weet je als medewerkers beter wat de bedoeling is. Zelf kregen wij nooit verslagen van de contacten die de bestuurder met de opdrachtgever had.” Hij zei dat je als OR machteloos staat wanneer doelstellingen niet gehaald worden en de organisatie in opspraak raakt, maar de bestuurder blijft volhouden dat het allemaal wél goed gaat.

Een ander argument voor directe contacten tussen ondernemingsraden en opdrachtgevende ministeries is het belang dat de beleidsmakers daar zelf bij hebben. “Een goede OR weet wat er speelt”, zei Kesselring. “Als je daarmee praat, krijg je informatie uit de eerste hand.” En: “Wie wil vernieuwen, kan beter beginnen bij de medewerkers en niet starten met bovenin iets bedenken.”

Op uitdrukkelijke vragen van commissieleden zei Kesselring dat de OR van het CBR nooit om informatie is gevraagd door het ministerie. Ook heeft de directie de OR nooit gevraagd om aanwezig te zijn bij haar eigen contacten met het ministerie. Tweede Kamerleden zijn ook nooit op bezoek geweest, iets wat Kesselring ze wel kan aanraden. Hij vertelde dat hij debatten over het CBR in de Tweede Kamer heeft bijgewoond en toen met moeite de neiging kon onderdrukken om zich ermee te bemoeien. Volgens hem hadden bewindslieden en Kamerleden het door onkunde over verschillende zaken, zonder daar zelf erg in te hebben.

Direct contact met de beslissers

Commissievoorzitter André Bosman (VVD) liet weten dat de commissie onder andere met conclusies wil komen over de wenselijkheid van rechtstreekse contacten tussen Kamerleden en de medewerkers van uitvoeringsorganisaties. Kesselring juicht zulke contacten toe, dan kunnen Kamerleden problemen misschien eerder aan zien komen. Maar hij pleitte toch ook nadrukkelijk voor structurele contacten tussen de medewerkers van uitvoeringsorganisaties en de opdrachtgevers van hun organisaties: de ministeries. “Ik wist als OR-voorzitter niet eens wat de opdracht van het CBR of van de CBR-directie was.”

Hij wil daarbij ook nog een andere partij betrekken, de mensen die van beleid afhankelijk zijn. In het geval van het CBR worden die vertegenwoordigd door een gebruikersraad. De commissie is ook in dat aspect geïnteresseerd, want bij de gesprekken over het UWV is ook de voorzitter van de centrale cliëntenraad uitgenodigd.

Redactie Inzicht 9-11-2020