Behoud van arbeidsvoorwaarden, geen overgang van medezeggenschapsrechten

08 januari 2021

JURISPRUDENTIE - Bij een heraanbesteding gaat een deel van het beveiligingspersoneel op Schiphol over naar de nieuwe contractant. Een aantal personeelsleden eist behoud van oude rechten. De OR eist dat de medezeggenschap wordt geborgd. De voorzieningenrechter wijst de eerste eis toe. Met betrekking tot het onderwerp medezeggenschap constateert de rechter dat de Nederlandse wetgever dit niet goed geregeld heeft, en wijst daarom de eisen van de OR op dit punt af.

Feiten

Schiphol maakt ten aanzien van controle- en beveiligingsactiviteiten gebruik van de diensten van verschillende beveiligingsbedrijven, waaronder SDBV en Securitas. De werkzaamheden zijn onderverdeeld in percelen. De eisende werknemers verrichten in dienst van SDBV beveiligingswerkzaamheden voor het huidige perceel 7 van Schiphol. Ook Securitas verricht voor Schiphol beveiligingswerkzaamheden.

Naar aanleiding van een aanbestedingsprocedure is de landside surveillance van het huidige perceel 7 met ingang van 3 december 2020 aan Securitas gegund. Dat betekent dat SDBV de werkzaamheden ten aanzien van de landside surveillance per 3 december 2020 verliest.

In oktober 2020 heeft Securitas aan de medewerkers van SDBV, waaronder de werknemers, schriftelijk een aanbod gedaan om bij Securitas in dienst te treden. In november 2020 heeft de advocaat van de OR en de werknemers Securitas gesommeerd om te bevestigen dat Securitas erkent dat op 3 december 2020 sprake is van een overgang van onderneming. Pijnpunt is de roostersystematiek.

Voorzieningenrechter

De OR en de werknemers vorderen dat de voorzieningenrechter aan Securitas de verplichting oplegt om na 3 december 2020 de arbeidsvoorwaarden van de medewerkers van SDBV onverkort toe te (blijven) passen, met name ten aanzien van de roostersystematiek, de instaptijden, de duur van de diensttijd en het aantal vrije weekenden per jaar. De OR vordert dat de voorzieningenrechter Securitas ook verplicht om de OR te erkennen met inachtneming van alle bevoegdheden die voortvloeien uit de Wet op de ondernemingsraden (verder te noemen: WOR), totdat er nieuwe verkiezingen voor een ondernemingsraad zijn gehouden bij Securitas dan wel met de OR afspraken zijn gemaakt over de opvang van de gevolgen voor de medezeggenschap.

De voorzieningenrechter oordeelt dat werknemers recht hebben op behoud van hun arbeidsvoorwaarden. Volgens rechtspraak van het Europese Hof van Justitie kan een verkrijger de arbeidsovereenkomst met een werknemer na een overgang van onderneming onder omstandigheden wijzigen. Dat kan echter alleen als het nationale recht een dergelijke wijziging toestaat, als de vervreemder een dergelijke wijziging ook had kunnen doorvoeren en als de wijziging van de arbeidsovereenkomst geen verband houdt met de overgang van onderneming. De wens van Securitas tot harmonisering van arbeidsvoorwaarden en roostersystematiek is wel begrijpelijk, maar kan gelet op de rechtspraak van het Europees Hof geen grond opleveren om af te wijken van de wettelijke regels bij overgang van onderneming, en is evenmin een grond voor wijziging van de arbeidsvoorwaarden.

De OR vordert voorts dat Securitas wordt verplicht de OR als ondernemingsraad te erkennen met inachtneming van alle bevoegdheden die voortvloeien uit de WOR, dan wel dat Securitas wordt verplicht om maatregelen te nemen gericht op continuering van de medezeggenschap.

Na de overgang van de onderneming is er geen sprake meer van het voortbestaan van een eenheid. Dat betekent dat de medezeggenschapsrechten niet zijn overgegaan naar Securitas en dat Securitas niet verplicht is de OR als ondernemingsraad te erkennen.

Commentaar

Bij overgang van een onderneming (en dat geldt in principe ook bij overgang van concessies, aanbestedingen en dergelijke) behouden werknemers hun rechten, zowel rechten die voortvloeien uit de individuele arbeidsovereenkomsten, als de rechten die zijn vastgelegd in cao’s. Dat is hier niet anders. Aanpassing van die rechten is onder omstandigheden mogelijk, maar dat mag geen verband houden met de overgang van de onderneming. De wens tot harmonisatie is begrijpelijk, maar is zeker in het eerste jaar na een overgang niet eenvoudig, zo wijst de rechtspraak uit. Dat wordt in de zaak weer eens bevestigd.

De waarborging van het behoud van medezeggenschapsrechten na overgang van een onderneming is niet goed geregeld in de Nederlandse wetgeving. Dat probleem speelt al meerdere jaren. De rechter kan weinig anders doen dan constateren dat dit onderwerp niet goed is geregeld in Nederland. De bal ligt op dat punt bij de wetgever. Een beetje triest dat dit zo lang duurt.

Rechtbank Noord Holland 2 december 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:10136

Robbert van het Kaar