Blijvende onzekerheid over doorstart Soweco zorgt voor spanningen

07 januari 2021

Na maanden stilte blijkt de ombouw van sociale werkvoorzieningsbedrijf Soweco verre van rimpelloos te verlopen. De duidelijkheid die per 1 januari werd verwacht is er nog niet. Managers en stafleden maakten daar bezwaar tegen, en na een boze tegenreactie vanuit de politiek vond de OR het tijd om ook boos te worden. Op de achtergrond spelen meningsverschillen over het primaat van de politiek.

Vasthoudend

De OR van Soweco is het afgelopen jaar opgevallen door de vindingrijke manier waarop de raad omging met de voorgenomen ombouw van het sociale werkvoorzieningsbedrijf. Qua medezeggenschap een lastig dossier, want Soweco was het kind van wel zes samenwerkende Twentse gemeenten. “Gemeenschappelijke regelingen” zijn bestuurlijk weerbarstige constructies en dan heeft de medezeggenschap ook nog te maken met het primaat van de politiek.

Onder aanvoering van de Almelose wethouder Arjen Maathuis is het plan geboren om de samenwerking te ontbinden. De zes gemeenten zouden hun taken op het gebied van sociale werkvoorziening allemaal zelf gaan invullen. De OR vreesde de ondergang van een gevestigd instituut met vijftig jaar ervaring en liep stad en land af (ook de Tweede Kamer werd niet overgeslagen) om raadsleden op andere gedachten te brengen. Daarbij zette de raad ook de sociale media in.

Perspectief

De aanpak van de OR bleef niet zonder resultaat. Hoewel twee van de zes gemeenten definitief afhaakten, zagen de andere vier perspectief in een plan dat de Raad van Commissarissen (die zich net als de OR gepasseerd voelde) heeft uitgebroed. Soweco gaat in dat plan op eigen benen verder met bedienen van Twentse gemeenten die dat willen, maar dan op contractbasis. De voorstanders zien zelfstandigheid met vertrouwen tegemoet, ook vanwege de steun van regionale werkgevers. Wel maakte de OR het voorbehoud dat er veel zou afhangen van de concrete invulling van een nieuwe uitvoeringsorganisatie. Verwacht werd dat er op 1 januari wel duidelijkheid over zou zijn.

Maat vol

Die datum is nu gepasseerd en de duidelijkheid ontbreekt nog. Kennelijk wordt die ook niet binnen een redelijke termijn verwacht, want dertien managers en stafleden vonden het op 20 november al tijd voor een stevige noodkreet. In een brandbrief schreven ze dat ze zich “in de luren gelegd” voelden, ook omdat ze nog op geen enkele wijze bij enige planvorming betrokken waren. En dat na anderhalf jaar onzekerheid.

Voor Inzicht@OR was de brief reden om OR-woordvoerder Miriam Doeschot om een toelichting te vragen, maar die hield dat toen nog af. Ze vertelde dat de brief niet van de OR afkomstig was.

“Geen gesprekspartner”

In die afzijdige houding is nu verandering gekomen. Reden daarvoor is de manier waarop bestuursvoorzitter Maathuis op de brief heeft gereageerd. Volgens streekkrant Tubantia heeft hij in een Zoom-meeting met stafleden en leidinggevenden te kennen gegeven dat zij geen gesprekspartners voor hem zijn en dat hij totaal niet over de brief te spreken is. Zijn woordvoerder zei daarna tegen de krant dat Maathuis’ reactie scherp en duidelijk was, maar: “Personeel ís wettelijk gezien geen gesprekspartner voor het bestuur in dit proces.”

De OR denkt daar al een hele tijd anders over. Maathuis’ houding was voor de raad aanleiding om er nu zelf ook met gestrekt been in te gaan. Doeschot zei tegen Tubantia dat Maathuis’ reactie door stafleden en leidinggevenden als “onbehoorlijk en zeer ongepast” is ervaren en dat de onrust erdoor is toegenomen. “De OR is absoluut niet gediend van dergelijke misplaatste uitspraken tegen medewerkers die vanuit hun ongekende loyaliteit en betrokkenheid bij de doelgroep hun zorgen uiten.”

Tegen Inzicht@OR zegt Doeschot dat Maathuis’ boosheid mede voortkomt uit het feit dat de brief ook aan raadsleden gericht was. Zelf wijst hij elk contact met personeelsleden af. “Letterlijk zei hij: ik ben democratisch gekozen en daarmee is het klaar. Als OR denken wij anders over de juiste uitleg van het primaat van de politiek. Dat houdt volgens ons op waar het om uitvoering en personeelsaangelegenheden gaat.”

Zorg om doelgroep

Maar de OR vindt een ding nog belangrijker en dat is “de doelgroep”, de mensen die onder de Wet Sociale Werkvoorziening vallen. De OR werd in december geconfronteerd met een besluit van de eigen bestuurder om hun dienstverband met Soweco per 1 januari “van rechtswege” te laten overgaan in een dienstverband met hun eigen woongemeente. De OR heeft daarover negatief geadviseerd, vanweg dat “van rechtswege”; een formulering met consequenties. De raad dacht een sterke zaak te hebben als hij in beroep zou gaan bij de Ondernemingskamer, maar zag daarvan af omdat dit alleen maar nieuwe onzekerheid voor de doelgroep zou geven. Volgens Doeschot was het besluit reeds als voldongen feit aan de WSW’ers meegedeeld.

Continuïteit

Nu de OR daar verder niet aan tornt, gaat hij zich concentreren op de positie van de circa tachtig stafleden en de continuïteit van de begeleiding van de doelgroep. Gemeenten hebben bepaald dat zij daar in elk geval tot 1 mei mee mogen doorgaan. Maar wat daarna gebeurt is nog altijd niet duidelijk zegt Doeschot, er is ook nog geen sociaal plan. De OR is vooral bezorgd voor een exodus onder de 15 tot 20 stafleden in tijdelijke dienst, terwijl juist zij van vitaal belang zijn voor de continuïteit van de dienstverlening. Tot op de dag van vandaag weet niemand wat het perspectief is.

De zorgen over de toekomstige begeleiding van de doelgroep verklaren ook waarom de brandbrief van november, die volgens Doeschot de mening van alle tachtig stafleden verwoordde, niet mede was ondertekend door hun OR. Volgens Doeschot wilden de ondertekenaars per se laten blijken hoezeer deze kwestie ze persoonlijk bezighoudt. De OR heeft op 20 december wel aangedrongen op een constructiever antwoord dan een boze reactie. Maar dat ligt er nog niet.

Redactie Inzicht 7-1-2021