SER-advies geeft uitwerking aan ‘flex minder flex en vast minder vast’

07 juni 2021

De arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd moet weer de standaard worden. Draaideurconstructies en pulpcontracten moeten worden bestreden, uitzendbureaus sterker gereguleerd. Loonverschillen tussen uitzendkrachten en gewone werknemers moeten verdwijnen. En gewone werknemers moeten flexibeler ingezet kunnen worden.

Belang voor medezeggenschap

Dit is de samenvatting van het ‘middellangetermijnadvies’ dat de SER vorige week uitbracht. Het gaat ongetwijfeld een belangrijke rol spelen bij de kabinetsformatie. Sociale partners en kroonleden in de SER geven hiermee aan dat ze werk willen maken van een uitgangspunt waarover al de nodige eenstemmigheid is gegroeid, namelijk ‘flexibel werk minder flexibel maken, en vast werk minder vast’.

Het belang van het advies voor ondernemingsraden zit vooral in hun wettelijke taak om toe te zien op een juiste uitvoering van wetten en afspraken ( art. 28 WOR scales ). Het geeft zicht op uitgangspunten die in de Nederlandse polder anno 2021 op brede steun mogen rekenen. Wat met name opvalt is dat werkgeversorganisaties afstand nemen van een paar opvattingen die de afgelopen decennia tot de heilige huisjes van het neoliberalisme behoorden. CNV-voorzitter Piet Fortuin noemde het ‘onderaan de streep écht een akkoord voor werknemers.’ Overigens gaat het akkoord lang niet alleen over de arbeidsmarkt maar ook over andere kwesties.

Meer voorspelbaarheid

Van principieel belang is het uitgangspunt dat flexibele contractvormen nog wel een functie kunnen hebben, maar niet gebruikt mogen worden om te concurreren op arbeidsvoorwaarden. Dit betekent dat er een strengere regulering komt van zaken als uitzendwerk, nul-uren- en oproepcontracten en schijnzelfstandigheid.

Het moet onmogelijk worden dat werknemers jarenlang voor dezelfde werkgever blijven werken op basis van tijdelijke contracten. De onderbrekingsperiodes die daarbij worden gebruikt, moeten wat de SER betreft uit de wet (behalve voor studenten en seizoensarbeid). Wat overblijft is de mogelijkheid om drie tijdelijke contracten aan te gaan voor een totaal van maximaal drie jaar. Nul-urencontracten moeten verdwijnen, oproepcontracten moeten het karakter krijgen van basiscontracten met een kwartaalurennorm. Zo’n norm maakt het loon van de betrokkenen enigszins voorspelbaar.

Uitzendkrachten gelijk

Uitzendbureaus blijven nuttig, maar er komen te veel misstanden voor. Daarom wil de SER verplichte certificatie, wat in de richting gaat van een terugkeer naar het voormalige vergunningensysteem. Uitzendkrachten moeten eerder dan nu in aanmerking komen voor een dienstverband voor onbepaalde tijd bij hun uitzendbureau.

Belangrijk voor ondernemingsraden om op toe te zien: de arbeidsvoorwaarden van uitzendkrachten, inclusief hun pensioen, mogen niet onder de arbeidsvoorwaarden van het inlenende bedrijf liggen. Daarmee gaat de functie van uitzendbureaus weer terug naar de oorsprong: het opvangen van ‘pieken en zieken’.

Leemte

Een onderwerp waar de SER nog niet uit is, zijn uitleenconstructies waarbij de regels voor uitzendwerk en CAO’s worden omzeild. De SER komt hier niet verder dan het voorstel om een ‘Code verantwoord arbeidsmarktgedrag’ te ontwerpen en te volgen hoe die wordt nageleefd. De SER is zich er duidelijk van bewust dat het bedenken van creatieve constructies niet vanzelf zal opdrogen. De raad pleit voor een ‘integrale’ aanpak, want alleen dat kan ‘waterbedeffecten’ voorkomen. Maar verder dan dat komt het advies niet.

Vast moet flexibeler

De SER juicht het toe dat bedrijven maatregelen nemen om interne flexibiliteit van werknemers te vergroten. Voorbeelden zijn zelfrooster- en jaarurensystemen. Maar werkgevers moeten daarnaast ook de mogelijkheid krijgen om de arbeidsduur van werknemers eenzijdig (maar wel tijdelijk) met maximaal 20% te verlagen als hierdoor ontslagen kunnen worden vermeden. Voorwaarde voor deze mogelijkheid tot eenzijdige aanpassing moet zijn dat de werkgever het loon volledig doorbetaalt, en het rijk dit voor 75% compenseert. De SER trekt hier een vergelijking met de NOW-regeling.

Letterlijk zegt het advies: ‘In overleg met de werknemers kunnen afspraken worden gemaakt over scholing en ontwikkeling tijdens de verkorting van de arbeidsduur.’ Maar er staat niet dat toestemming afhankelijk moet zijn van instemming van OR of PVT.

Opmerkingen over herziening van het ontslagrecht, jarenlang vaste prik in beschouwingen over hervorming van de arbeidsmarkt en het arbeidsrecht, blijven in dit SER-advies achterwege.

Verlof stroomlijnen

De SER gaat op korte termijn advies uitbrengen over het stroomlijnen van de huidige verlofregelingen tot één nieuwe regeling Maatschappelijk Verlof. De huidige regels zijn onoverzichtelijk en moedigen werkgevers niet aan om arbeidsovereenkomsten af te sluiten.

Voor meer achtergrond, zie:

Roosters en verlof

Flexibilisering van arbeid

Redactie Inzicht 7-6-2021