Besluit tot reorganisatie en aanpak gevolgen niet onredelijk

07 november 2022

Medtronic besluit tot een reorganisatie. De OR is het niet eens met de aanpak van de gevolgen voor de getroffen werknemers en gaat in beroep bij de Ondernemingskamer. Deze oordeelt op 21 september 2022 dat de OR reële invloed heeft kunnen uitoefenen en wijst de verzoeken van de OR af.

Feiten

Medtronic is onderdeel van een wereldwijde dienstverlener in medische technologie, waarvan de moederonderneming in de Verenigde Staten is gevestigd. In Nederland heeft de groep ongeveer 2.000 werknemers verspreid over vijf vestigingen. Binnen het onderdeel GO&SC (Global Operations & Supply Chain) wordt wereldwijd een nieuwe organisatiestructuur geïmplementeerd.

Op 20 januari 2022 heeft Medtronic het voorgenomen besluit tot wijziging van de structuur ter advisering aan de ondernemingsraad voorgelegd. In de adviesaanvraag is beschreven dat de voorgenomen wijziging tot gevolg heeft dat afdelingen ophouden te bestaan, werkzaamheden komen te vervallen en activiteiten worden overgeplaatst, samengevoegd en/of gecentraliseerd. De wijziging van de structuur heeft ook tot gevolg dat een deel van de bestaande functies binnen CC&CS (Customer Care & Supply Chain) komt te vervallen of wordt gewijzigd. Over de verwachte gevolgen van het voorgenomen besluit voor de CC&SC medewerkers die in dienst zijn van Medtronic is in de adviesaanvraag een tabel opgenomen. Uit die tabel volgt dat 243 werknemers hun huidige functie behouden. Van 30 medewerkers vervalt de functie. Naast het vervallen van functies leidt de reorganisatie tot nieuwe functies. Ook zijn er binnen de huidige organisatie openstaande vacatures. Medtronic is voornemens de medewerkers van wie de functie komt te vervallen te herplaatsen in de nieuwe en openstaande functies.

De ondernemingsraad heeft negatief geadviseerd over de voorgenomen reorganisatie. Bij brief van 1 april 2022 heeft Medtronic het besluit aan de ondernemingsraad kenbaar gemaakt. Medtronic heeft daarbij het advies niet gevolgd en uitgebreid toegelicht waarom zij dat niet heeft gedaan. De ondernemingsraad gaat in beroep bij de Ondernemingskamer.

Ondernemingskamer

Tussen de partijen staat vast dat sprake is van een adviesplichtig besluit. Het advies moet op een zodanig tijdstip worden gevraagd dat het van wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit ( art. 25 lid 2 WOR scales ). De Ondernemingskamer oordeelt dat de OR reële invloed heeft kunnen uitoefenen.

De Ondernemingskamer stelt vast dat Medtronic volgens het in de adviesaanvraag beschreven herplaatsingsproces ervoor kiest om bij invoering van de nieuwe structuur voor de CC&CS organisatie niet alle nieuwe functies voor alle boventallige medewerkers open te stellen. De Ondernemingskamer oordeelt dat niet is gebleken dat het herplaatsingsproces kennelijk onredelijk is of in strijd is met de geldende wet- en regelgeving.

De ondernemingsraad heeft aangevoerd dat de ontslagvergoeding van tweemaal de transitievergoeding zou moeten worden aangeboden aan alle medewerkers van wie de functie komt te vervallen. Medtronic voert aan dat haar op dit punt een zekere beleidsvrijheid toekomt. Uitgangspunt daarbij is dat Medtronic haar werknemers zoveel mogelijk wil behouden voor de organisatie. Medtronic wil hen niet stimuleren de organisatie te verlaten door ook een vaststellingsovereenkomst aan te bieden, als er voor hen wel een passende functie binnen de organisatie beschikbaar is. De Ondernemingskamer is van oordeel dat Medtronic in redelijkheid ervoor heeft kunnen kiezen de ontslagvergoeding van tweemaal de transitievergoeding niet aan te bieden aan een werknemer die een passende functie afwijst en aan een werknemer die ervoor kiest verweer te voeren tegen het ontslag.

De slotsom luidt dat de door de ondernemingsraad aangevoerde bezwaren niet kunnen leiden tot het oordeel dat Medtronic niet in redelijkheid tot het bestreden besluit heeft kunnen komen. Het verzoek van de OR wordt afgewezen.

Commentaar

Deze uitspraak volgt de standaardrechtspraak. De OR had geen bezwaar tegen de reorganisatie als zodanig, maar was het niet eens met de aanpak van de sociale gevolgen. De Ondernemingskamer constateert dat de ondernemer procedureel voldoende netjes heeft gehandeld, en dat de OR reële invloed heeft kunnen uitoefenen. Ten aanzien van de aanpak van de sociale gevolgen verschillen OR en ondernemer van mening. De ondernemer heeft – binnen de grenzen van de redelijkheid en billijkheid – een zekere beleidsvrijheid. Er is in de ogen van de Ondernemingskamer voldoende aandacht besteed aan de opvang van de gevolgen voor werknemers die buiten de boot vallen, aldus de Ondernemingskamer. In dergelijke zaken krijgt de ondernemer het voordeel van de twijfel, en verliest de OR.

Gerechtshof Amsterdam, Ondernemingskamer 21 september 2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:2888 gavel

Robbert van het Kaar

Voor meer achtergrond: Belangrijke inkrimping, uitbreiding of andere wijziging van de werkzaamheden van de onderneming spiralbound

Besproken document

ECLI:NL:GHAMS:2022:2888 gavel