A-G Hoge Raad bouwt verder aan ruime uitleg 'politiek primaat'

17 juni 2019

De OR van de politie in Oost-Brabant komt geen medezeggenschap toe over een besluit om de uitvoering van bepaalde taken tijdelijk te verhuizen van Eindhoven naar Den Bosch. Dat schrijft de advocaat-generaal van de Hoge Raad in een uitgebreid advies.

De Hoge Raad geeft al jaren een ruime uitleg aan het "primaat van de politiek", met als gevolg dat hij weinig ruimte overlaat voor ondernemingsraden in de publieke sector. Die lijn wordt, als dit advies van de advocaat-generaal wordt gevolgd, doorgetrokken naar beslissingen die helemaal niets politieks meer hebben. Het kan al volstaan als over een voorgenomen besluit afspraken zijn gemaakt met 'ketenpartners'.

Verhuizing ZSM-taken

Verspreid over Nederland zijn er tien 'ZSM-tafels' om zaken als diefstal, vandalisme of bedreiging direct af te handelen ('lik op stuk'). Daarbij werken politie, OM, Reclassering, Raad voor de Kinderbescherming en Slachtofferhulp samen. De Politie Oost-Brabant heeft de ZSM-taken gehuisvest in Eindhoven, maar besloot om huisvestingsredenen dat ze tijdelijk in Den Bosch moeten worden uitgevoerd. En daar bleef de bestuurder bij, ook toen bleek dat ze net zo goed in Eindhoven konden blijven. Er waren afspraken gemaakt met de ketenpartners, en de leiding hechtte eraan om daar niet op terug te komen.

De OR adviseerde negatief: het grootste deel van de betrokken medewerkers zag de verhuizing niet zitten, de verhuizing was niet noodzakelijk en ook nog eens onnodig duur.

Toen de bestuurder bij zijn standpunt bleef en de OR wegens motiveringsgebreken naar de Ondernemingskamer stapte, werd hij niet ontvankelijk verklaard omdat het besluit onder het primaat van de politiek valt. De advocaat-generaal van de Hoge Raad vindt dat terecht, zo blijkt in de cassatieprocedure. En adviezen van de advocaat-generaal worden doorgaans opgevolgd.

Consequent streng

In zijn motivering gaat de advocaat-generaal uitgebreid in op de inmiddels omvangrijke jurisprudentie die hierover is ontstaan sinds de WOR bij de overheid is ingevoerd. Daarbij werden politieke besluiten van publiekrechtelijke organisaties aan het overleg-, advies- en beroepsrecht van de OR onttrokken. Voorkomen moest worden dat invoering van medezeggenschap bij de overheid ertoe zou leiden dat rechters in medezeggenschapsprocedures zouden gaan oordelen over democratisch genomen besluiten waar een politieke afweging van voor- en nadelen aan te pas komt.

Aanvankelijk bestond de indruk, gevoed door de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken Hans Dijkstal, dat het in de praktijk niet zo'n vaart zou lopen met deze uitzondering. Een voorbeeld dat hij graag gebruikte was dat het mogelijk moest blijven om in kabinetsformaties te besluiten tot het samenvoegen of weer splitsen van ministeries, zonder eerst ondernemingsraden om advies te vragen. Maar nadat het parlement akkoord was gegaan, heeft de Hoge Raad de uitzondering consequent veel ruimer uitgelegd dan Dijkstal in zijn optimisme had voorgespiegeld. Zo ruim, dat ondernemingsraden alleen nog iets te melden hebben over besluiten die specifiek en rechtstreeks betrekking hebben op de personele gevolgen van uitvoeringsmaatregelen. Al het andere is politiek.

De Ondernemingskamer heeft nog mogelijkheden verkend voor een beperktere uitleg, maar het hoogste rechtscollege was onverbiddelijk.

Verzuchting

In dit geval werd de OR van de Regionale Eenheid Oost-Brabant bijgestaan door Sprengers Advocaten. Na de niet-ontvankelijkverklaring door de Ondernemingskamer heeft Loe Sprengers in een juridische publicatie opgemerkt dat je met deze uitleg zowat alles onder het primaat van de politiek brengt, ook als daar helemaal geen democratische noodzaak meer toe bestaat - tot en met de tijdelijke verhuizing van wat politietaken vanwege een verbouwing.

De advocaat-generaal gaat rechtstreeks op Sprengers' verzuchting in en stelt vast dat die noodzaak er in dit geval toch is. Als reden hiervoor geeft hij dat er nu eenmaal afspraken lagen met ketenpartners waarmee bij de uitvoering van ZSM-taken wordt samengewerkt, waaronder "met name" het OM. Die context maakt, in zijn ogen, dat de beslissing niet louter een bedrijfseconomisch of organisatorisch karakter heeft en niet slechts de werkgeverstaak van de Politie Oost-Brabant betreft.

Redactie Inzicht, 17-06-2019